Orpheus en Eurydice (Simon Vestdijk)

Toen hem de steenen en de wilde dieren
Verveelden met hun schorre loftrompet,
Wou hij een vrouw met zijn gezang bestieren
En ruilde de natuur voor ’t bruiloftsbed.

Zijn nieuwe liefde won het van de lier en
Wanneer hij speelde, – zelden, – was het met
Die ijd’le acht’loosheid bij ’t feesten vieren,
Waar noob’ler kunst het bloeien wordt belet.

Het vonnis: dat hij deze vrouw moest missen,
Werd zeer verzacht, doordat hij uit de hel
Haar zonder om te kijken halen mocht.
Hij ging haar voor, als spelend op zijn tocht,
En keek tòch om, om zich te vergewissen
Van haar bewond’ring voor zijn snarenspel.

(bron: Gestelsche liederen/Athenaeum)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Simon Vestdijk en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s