…. (Heinrich Heine)

De zee lag blinkend, wijd en zijd,
De zon was aan het neigen;
Wij tweeëen zaten eenzaam bij ‘t
Stil vissershuis te zwijgen.

De nevel steeg, het water zwol,
De meeuw vloog heen en weder,
En uit jouw ogen, liefdevol,
Dropen de tranen neder.

Ik zag ze vallen op je hand,
ben op mijn knie gezonken,
En heb toen van je handje blank
De tranen afgedronken.

Zie hoe ik sinds die tijd verkwijn,
Mijn ziel sterft van verlangen; –
De feeks, vergiftigd heeft ze mij
Met al haar waterlanders.

(bron: Het lijf van de vrouw is een gedicht/Bert Bakker)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Heinrich Heine. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s