Poëzie (Koos Schuur)

J’écris ton nom
PAUL ELUARD


Tussen de krommen, kreupelen en manken,
tussen die meesmuilen, blind met één oog,
tussen de jabroers en die altijd janken
kras ik haar naam in bomen, boeken, banken,
in kelderraamkozijnen en dakplanken,
in de corsages en de al te ranke
polsen en enkels van hen om wier slanke
lichamen ik liefde voorgaf en loog.

tussen de doven en de dronkelappen,
tussen de dienstmeiden en minder soort,
tussen verdrukten en die van zich trappen,
tussen die van der wereld zweep het klappen
en de pijn kennen, tussen monnikskappen,
tussen de bredeborsten en de slappen,
de slapers, de slampampers en de rappen,
tussen de machteloosheid en de moord,

kras ik haar naam en fluister ik de woorden
die haar tot slaaf en onderhorig zijn,
zwaar als de wijn uit zuidelijker oorden,
machtig als die muziek die ik eens hoorde
bij negers, zwetend, schreiend, tot den boorde
tot barstens toe gevuld met onverwoorde
verlangens, heimwee, liefde, ongehoorde,
die zeldzaam en oud als de wereld zijn:

laat avondrood, achterweg, adem, aarde,
brood, brandende, boordevol, bomenrij,
dood, duivel, droefenis, eeuwigheid, gaarde,
hoop, have, hulpeloos, hand, huis, hovaarde,
idool, kind, liefde, langoureus, mansarde,
menigeen, nergen, nooit, opaal, o paarden,
regen, soms, sodom, tegenslag, mijn waarde
vriendin, wind, wildernis, ijlens, zachtaarde
zuster, zielsveel, zaligen, ik en jij.

(bron: Gedichten 1940-1960/Amsterdam)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Koos Schuur en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s