In memoriam (Maurits Mok)

Met iedere mens van mijn jonge jaren
die uit het licht valt, sterf ik mee.
Mijn voorhoofd wordt door koude aangevaren
en in mijn ogen verzamelt zich sneeuw.

Blindelings tast ik naar de verloren
warmte en voel overal graniet.
Een stem die ik had willen horen,
waait ergens hoog over mij heen.

Voetsporen breken af. Een onbegaanbare
nawereld opent haar woesternij.
Sterren beginnen in mij te staren,
brandpunten van verlatenheid.

Geen schepsel sterft zo volstrekt als een mens.
Leven en dood gaan met hem te gronde.
Van alle windstreken afgewend,
hangt zijn herinnering in de ronde
ledigheid van het niet.
Waar ik mij keer,
adem ik duisternis, onbewogen
raadsels. Er bestaan geen woorden meer
om deze stilte te herhalen.

(bron: Grondtoon/De Bezige Bij)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Maurits Mok en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s