Uit Parijs (Jan Wolkers)

Nu rijpen in mijn land de donkerblauwe bramen,
Die meisjes in hun smalle hand vergaren.
Zij zullen peinzend in de verte staren,
En ’s avonds sluipt de nevel door hun open ramen.

’s Nachts, in hun dromen, buigen gele blaren
Zich weer vaneen waar donkre vruchten hangen.
Weer zijn ze door een stil geluk bevangen,
De blauwe vruchten in hun hand vergarend.

En ik denk in een verre stad aan haar,
Die eens, een herfstseizoen, m’n liefste was,
En aan de teerheid van elkanders monden.

En weer zie ik je liggen in het gras:
Het hoge gras van die bosuithoek, waar
De lijsterbessen in de nevel stonden.

(bron: Verzamelde gedichten/De Bezige Bij)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jan Wolkers en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s