Ik misse u (Guido Gezelle)

aan eenen afwezenden vriend

Ik misse u waar ik henenvaar
    of waar ik henenkeer:
den morgenstond, de dagen rond
    en de avonden nog meer!

Wanneer alleen ik tranen ween
    ’t zij droevig het zij blij,
ik misse u, o ik misse u zoo,
    ik misse u neffens mij!

Zoo mist, voorwaar, zijn wederpaar
    geen veugelken in ’t net;
zoo mist geen kind, hoe teer bemind,
    zijn’ moeder noch zij het!

Nu zingt men wel en ’t orgelspel
    en misse ik niet, o neen,
maar uwen zang mist de orgelklank
    en misse ik al met een.

Ik misse u als er leugen valsch
    wil monkelen zoo gij loecht,
wanneer gij zacht mij verzen bracht
    of verzen mededroegt.

Ik misse u nog… waar hoeft u toch,
    wáár hoeft u niet gezeid…
Ach! ‘k heb zoo dikwijls heimelijk
    God binnen u geleid!

Dáár misse ik u, dáár misse ik u
    zoo dikwijls, en, ik ween:
geen hope meer op wederkeer,
    geen hope meer, o neen!

Geen hope, neen, geen hoop, hoe kleen,
    die ’t leven overschiet’:
maar in den schoot der goede dood
    en misse ik u toch niet?

(bron: Waar zit die heldere zanger/Lannoo)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Guido Gezelle en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s