Gent (Koenraad Goudeseune)

Vanmiddag zag ik het Lam Gods.
Dat was niet mijn idee, maar dat van regen,
met bakken, en pal daarna weer volop zon.
Als toerist was ik de enige die in de kerker bleef.
Ik keek naar het paneel der musicerende engelen,
maar zag veel meer, evenveel jou tenminste.
Daarna, in een flits van eeuwen,
zag ik ook mezelf, in mijn geheel: van hout, in Gent,
druipend, een stuk ontstolen en nu ook dit.

Ik keek naar wat je zong en hoorde het geneuzel
van een oude vrouw die naast me zat te bidden.
Bij een pilaar waaraan geen beeld meer hing
(alleen dat bleke van een weggenomen lijst)
verbrandde ze een kaars waarvan ze het verlengde was,
het verlangde, zeer van paraffine. Ze brandde nauwelijks
en toch helemaal. Ik kan niet doven, zei ze. Ik mag niet.

De evenaar rond mijn ziel viel als een touw uiteen
en wat mij draaiende hield moest sleuren.
Met stijl probeerde ik de kathedraal te verlaten.
Geen stap was overbodig, alleen maar tevergeefs.
Ik loop zo vaak verloren dat ik het nauwkeurig kan.

(Bron: Dat zij mij leest/Atlas)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Koenraad Goudeseune en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s