Herfst I (Jan Wolkers)

De stilte van de avond is zó stil
Hoorbaar wordt ’t vallen van het laatste ooft.
De nachten worden koud, de nevel kil
Waarin de wind de bruine blaren rooft

Als straks de zon al in de middag dooft,
De kruinen doodlijk zwart zijn, tegen wil
En dank van ’t warm septemberkleed beroofd,
Worden de volste dromen ijl en stil.

Laten wij daarom van de laatste gloed
Der herfst genieten zonder droefenis
De blaren geel zien worden zonder weemoed.

O, wilde wingerd van geronnen bloed,
Die brandend ons een eeuwig teken is,
Leer ons te leven met eenzelfde gloed.

(Bron: Verzamelde gedichten/De Bezige Bij)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jan Wolkers en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s