Abschied (Cees Nooteboom)

Niet voor een ander,
deze dwaasheid,
maar voor jou.

Als het flatgebouw weg is, als dit een vlakte is,
en jij een beeld dat zich opricht,
en ik je aanraak,

als net als ik alle dingen pijn hebben,
genageld zijn met verdriet, als het niets meer weten
als een schimmel door het weefsel sluipt

blijf je staan, verzilverd, verregend, oostenwind dwaalt
om je heen, en om mij,
ik heb van het gewoonste een onheil gemaakt.

Alles van je zal ik vergeten, behalve jou.
Jij woedt door de ruimte die ik inneem,
jouw liefde is noodlot.

Door je beeltenis heen zie ik het smekend verlangen
waaruit wij zijn gedreven. Ik had alles aangeboden,
jij had alles geweigerd. Jij had alles aangeboden,
ik heb het niet gezien.
Het moet stil.

De dood is een mannenziekte.
Jij gaat rond en verzamelt het leven.
Het wordt stil.

Jij weet niets meer. Ik weet niets.
Mijn gedichten branden als stro. Ik zeg het.
Jij alleen. Maar nooit meer.

Het wordt stil.



(Bron: Vuurtijd, IJstijd Gedichten 1955 – 1983, 1984/De Arbeiderspers)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Cees Nooteboom en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s