Ode aan mijn jas (Remco Campert)

1 (geur)

lieve jas
die op een stoel in de hotelkamer
daar zomaar ligt
bij te komen van de regen
die je snel bevlekte

er woei een storm boven Java
oude as vloog op
en bedekte je revers
weken later in een ander land

je ruikt een beetje naar je stof
en naar mijn dwalen door de stad
ook bespeur ik nog
het simpele geurtje van parfum
dat me voorbijging
toen ik overstak
en te laat omkeek

2 (op doorreis)

ze stond er al
achter het raam aan de overkant
toen ik de kamer binnenkwam
mijn jas uittrok
de sleutel op het hotelbed dumpte
daarbij naar buiten keek
naar waar het licht scheen

soms bewoog ze even
maakte een gebaar
zo aan haar rug te zien
alsof ze tegen iemand sprak
buiten mijn blikveld

ze schikte iets aan haar haar
hoofd wat schuin
ik dacht dat ze heel mooi was
en bad dat ze zich niet om zou draaien
voor ik de gordijnen dicht zou doen
en het vluchtige eeuwig werd

3 (op Java)

de hele dag in de slijtende regen
dat beeld van een weggetje op Java
eronder de rivier
waar een jongetje een karbouw stond te wassen
zo traditioneel zo cliché zo waar
zo onaangekleed

4 (in de wind)

soms is het maar een zuchtje
dat je even streelt
als je de hoek omslaat

dan weer een woedende storm
die tegen je opbokst
maar de hoek die je omslaat
blijft dezelfde

het gebouwde houdt stand
lang nadat ik en mijn omhulsel
zijn vergaan

5 (jaren vijftig)

gedachten aan Parijs
in de tijd dat ik het kende
dat ik mezelf niet kende

voorgevoel van geluk
opwindend teder
in toekomstige woorden
te kust en te keur
ging de wereld open

alleen de eerste stap
mankeerde

een lied dat nog niet van de grond kwam
maar dicht bleef bij het macadam
waarop ik met de midinette liep
op weg naar het zwembad
haar moeder achter de naaimachine
in de rue des Abbesses
het brood was weer duurder
die zomer zonder jas

6 (mijn best)

ik loop met je over straat
als je wilt pronken
ik laat je de wereld
in tachtig beelden zien
je was al op de veerboot
die Hong Kong verbindt
en ook op die naar Texel
je snelde door het landschap
in de trein naar Marseille
rook naar vis in de haven van Durban
verregende in Praag op een plein
waar je Havel hoorde spreken
ik droeg je in Dublin
over de Halve-stuiverbrug
in Parijs speelde je een filmrol
in Jakarta werd je begeerd
door het meisje met de smalle polsen
en straks mag je mee naar de opening
morgen naar de stomerij
ik doe mijn best voor je

7 (op een middag)

hoe je gewillig onder haar lag
en het zaad langs haar dij gleed
langzaam in je voering
toen ze poseerde voor mijn gedicht

8 (vorm)

poëzie te schrijven
die als een jas met je meegaat

ik haat je wel eens
altijd moet ik erop letten
dat ik je niet vergeet

soms lig je te wachten
in stoffige hoeken

door jou, omhulsel,
ondervind ik het leven
aan den lijve

ik groei in je vorm
waar ik steeds meer naar sta

(bron: Ode aan mijn jas/De Bezige Bij)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Remco Campert en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s