Gregoriaans (Benno Barnard)

Voor Herman De Coninck, 50

Dichter, we moeten praten. Het is toch
februari, de maand waarin ik ben verwekt,
waarin jij bent geboren? En Antwerpen,
dat slaapt en in een vrouwelijke schoot
zijn kinderen en dronkaards draagt,
draagt ook ons beiden. Dichters zijn wij,
en de gelegenheid schept ons.
Zeg mij dan
of dit alles is, of dit onze muziek
moet zijn, dit dichterslatijn over de dood
van niemand en van iedereen, Herman-
en als ik luister naar de Amerikalei
en een sirene hoor zingen over ons hart
en niet weet wat het is: zeg het mij dan.

‘ Wachten tot je vijftigste.
Dan krijg je dit soort gedicht.’

Dichters zijn wij, die een andere man
in onze gregoriaanse spiegel aanzien
en hem scheren.
De telefoon wacht
op zijn meubel. Regen vult de winternacht,
wind rukt aan een raam dat open moet,
bedaart, gaat liggen, zwijgt, zwijgt en voedt
de stilte. En de stilte is bij ons,
en de stilte is ons.

Dichters zijn wij,
baarlijke engelen, de hemelen mengend
door onze herinnering, en de hel, de hel
door een halve eeuw.

Pratend met onszelf
denk ik: het ga je verdomme goed.

(Voor de 50e verjaardag van Herman de Coninck. Bron: De schipbeukeling/Atlas)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Benno Barnard en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s