De zee (J. Meulenbelt)

Ik heb het op de zee begrepen
met duinen aan de rand van mijn begrip,
meeuwen er boven uit, reeds onbegrepen –
onheil komt aan de kim maar blijft een stip,
een vuiltje op het oog, nee nee een schip,
en wie is nu nog bang voor mooie grote schepen?
Ik heb het op de grote zee begrepen.

Zo is de zee:
zij linieert de kusten
met drijfhout dat zij eeuwen woelt
en gunt desniettemin een goedgemutste
curve van lichamen, aan strand gespoeld,
door golven van het land als echt bedoeld,
te liggen in de zon en daar te rusten.
Wat maalt de zee om vlag en tent?
Zij vaagt de vloedlijn van een continent
morgen weer weg

Ik zit aan zee,
jij bent aan zee gezeten,
wij zijn gehurkt, geknield, gelegen in het zand,
wij zijn de wereld en haar wee vergeten,
behalve wat wij lezen in de krant
die ons wordt nagestuurd – gelukkig is het land,
gelukkig is het land dat zo de zee mag loven.
Het liggen op het strand gaat het verstand te boven.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in J. Meulenbelt en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s