Droom (Gerrit Komrij)

Ik woonde in een speelgoedstolp van glas.
Zo’n bol waarin het sneeuwen gaat in dikke
En trage vlokken, als een kind hem pas
Heeft omgedraaid. Dat was me even schrikken.

Het gras stak stil en hoog boven mij uit.
De lucht was blauw geverfd. Ik zag het tikken
Van iemands vinger, zonder één geluid.
Er waren sterretjes, als speldenprikken.

Toen werd ik wakker. Languit in het gras
Zag ik de blauwe hemelkoepel trillen,
De sterretjes nog steeds oneindig klein.

Een wind stak op. Het gras begon te rillen.
En ergens klonk, niet ver van waar ik was,
Het huilen van een hogesnelheidstrein.

(Bron: 52 sonnetten bij het verglijden van de eeuw/Bart Bakker)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gerrit Komrij en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s