Schapen (Rutger Kopland)

Zo ging het altijd. ’s Avonds kwamen ze
aan het water, stonden ze daar langzaam
te kijken naar de overkant van de rivier.

Allemaal waren ze anders en toch, allemaal
aan elkaar volkomen gelijk, en ik, ik was
één van hen, maar we wisten beiden niet wie.

Dan werd de rivier uiteindelijk zo glad
en zo zwart, dat het was alsof niet alleen
het water, maar ook de tijd zelf ophield.

Ze dronken er van, tot ze verdronken in
hun eigen silhouetten, in het zwart van dat
water, het zwart van de nacht in de diepte.

En in de morgen stroomde dan weer heel licht
en luchtig de rivier door de vallei, terwijl
zij daar weer eenzelvig gradend de verte inliepen.

Allemaal dezelfde, en tegelijk allemaal anders,
en wie het was die het was, wij beiden wisten
het niet, zo was het altijd, tot ook dat ophield.

(Bron: Geluk is gevaarlijk, een keuze uit de gedichten/Rainbow Pocket)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Rutger Kopland en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s