Vroegh in den dageraet (G.A. Bredero)

Vroegh in den dageraet, de schoone gaet ontbinden,
Den Gouden blonden tros, Citroenich van coleur
Gezeten inde Lucht, recht buyten d’achter deur,
Daer groene Wijngaert loof oyt louwen muer beminde.

Dan beven Amoureus de lieffelijckste Winden,
In ‘tgheele zijdich hayr, en groeten met een geur
Haar Goddelijck aenschijn, op dat sy dese keur
Behielt, van dagelijcx haer daer te laten vinden.

Gheluckich is de Kam, verguldt van Elpen been,
Die dese vlechten streelt, dit waerdich synd’ alleen:
Gheluckigher het snoer, dat in haer dicke tuyten

Mijn Ziele mee verbint, en om thooft gaet besluyten,
Hoe wel ick ‘tliever zie wilt golvich na syn jonst,
Het schoone van natuur passeert doch alle const.

(Bron: G.A. Bredero’s boertigh, amoreus en aendachtigh groot lied-boeck/Tjeenk Willink/Noordwijn)

tros = haarbundel, vlecht
inde Lucht = buiten, in de openlucht
daer = waar
wijngaert loof = wingerdblad
oyt = altijd
keur = voorkeur
snoer = lint
tuyten = vlechten
om thooft gaet besluyten = het hoofd omsluit
na syn jonst = zoals het maar wil
passeert = overtreft

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s