Muiderberg (J. Van Tooren)

Van thijm, die geurt, en stille roosmarijnen
Hebben wij haar een eigen tuin geplant,
Ginds, waar de dennen ruischen aan den rand
Der zee, en alle dingen rustig schijnen.

En thijm, lavendel grijs en mariolein en
Al ’t geurig kruid dat zij zoo gaarne zag,
Bewaart in onzen tuin iets van haar lach,
Iets van haar teedren bloei en snel verdwijnen.

De winden van den winter gaan en komen
En in de lente breekt het leven uit,
Tot het in ’t najaar sterft in doffe blaren.

Maar altijd blijft daarginds, dóór alle jaren,
De tintelende zee, en ’t diep geluid
Van wind die wiegt door de altijdgroene boomen.

(Bron: Keur/Willink-Zwolle)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in J. Van Tooren en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s