Nähe des Geliebten/In liefde nabij (J.W. von Goethe)

Ich denke dein, wenn mir der Sonne Schimmer
    Vom Meere strahlt;
Ich denke dein, wenn sich des Mondes Flimmer
    In Quellen malt.

Ich sehe dich, wenn auf dem fermen Wege
    Der Staub sich hebt;
In tiefer Nacht, wenn auf dem schmalen Stege
    Der Wandrer bebt.

Ich höre dich, wenn dort mit dumpfem Rauschen
    Die Welle steigt.
Im stillen Haine geh ich oft zu lauschen,
    Wenn alles schweigt.

Ich bin bei dir, du seist auch noch so ferne,
    Du bist mir nah!
Die Sonne sinkt, bald leuchten mir die Sterne.
    O wärst du da!

*******

In liefde nabij

Ik denk aan jou, met zon in zee weerschijnend
    op mijn gezicht.
Ik denk aan jou, wannneer het maanlicht kwijnend
    de bron verlicht.

Ik zie je als langs paden, ver gelegen,
    het stof opsteekt,
als ’s nachts bij wie zich waagt op smalle wegen
    de angst uitbreekt.

Ik hoor je telkens als met woest gedonder
    de golfslag smoort.
Ik luister graag in stille wouden, zonder
    dat iets me stoort.

Samen zijn wij, al ben je nog zo verre,
    dicht bij elkaar.
De zon daalt. Weldra flonkeren de sterren.
    Was jij er maar!

(Bron: Ken je het land waar de citroenen bloeien? Vierentwintig liefdesgedichten, vertaling Matthias Rozemond/Bert Bakker)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in J.W. von Goethe en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Nähe des Geliebten/In liefde nabij (J.W. von Goethe)

  1. Mooi vertaald, van onze aller Goethe!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s