De winden (Guido Gezelle)

De zee, de zee, ze ’n zoeft bijkans
        zoo zeer niet als de boomen,
daar, wild, de winden deure rijen,
        te peerde, en zonder toomen.

Aan ’t roepen gaan tienduizenden
        tienduizenden van blâren,
alsof ’t zooveel tienduizenden
        van dolle menschen waren.

De regen ronkt, en geuten gaan,
        gegeeseld, allenthenen,
de natte boomen buigen doen,
        en bulderen en stenen.

Hoort! Nog nen keer, en nog nen keer,
        hertuiten en hertieren
de wilde winden: wederom
        is ’t zeegeruchte aan ’t gieren.

Geen einde ervan! De vogels zijn
        gevlucht, de takken breken;
verloren is de stemme mij
        gegaan! — De winden spreken.

5-6/10/’96

(Guido Gezelle’s Dichtwerken deel 2/N.V. Standaard-Boekhandel)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Guido Gezelle en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De winden (Guido Gezelle)

  1. Om hem niet te vergeten, onze taalkunstenaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s