De zompige wadden tussen Ameland en Vlieland (Hendrik Carette)


Ruk mij uit het slijk, en laat mij niet verzinken;
laat mij gered worden van mijn haters, en uit de
diepten der wateren.
Psalm 69: 15



Waden is te voet, als voetreiziger, gelaarsd
met plonzende lieslaarzen aan, onder
een machtige hemel,
over zandbanken door woelingen
over rietachtige grasbossen en wiervelden
naar de verstuivende duinen gaan.

O, welk een ontzettende waterplas
voor de Vlielanders en de Amelanders,
voor de trekvogels in de trektijd
en voor de spartelende drenkeling
bij het vluchthuisje op de Vliehors
even zichtbaar aan de oppervlakte der zee.





(Bron: Het liegend konijn/Van Halewyck – Van Gennep)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hendrik Carette en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De zompige wadden tussen Ameland en Vlieland (Hendrik Carette)

  1. Hendrik Carette zegt:

    Ik ben blij dat de wilde mooie Ingrid dit gedicht zo mooi vindt. Het evoceert de verlatenheid en de woeste schoonheid van deze waterplas. Het is wellicht één van mijn beste gedichten.

    Hendrik Carette

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s