Capriccio (Frederik Schmidt Degener)

Ze meenden: ’n geluid van mense-lach.
Ik was het. – In de haperende dag
floot ik heel even; pijlsnel schoot ik weg,
ik, Phoenix, vol van gril en overleg.
Mijn staart zwiert ragfijn na, een ijle damp.
Mijn oog kijkt uit, een eigenwijze lamp.

Ik ben van gisteren en overmorgen.
Die pluime-tooi van zieltje-zonder-zorgen
kleedt met onvatbaarheid mijn kort moment.
In droom, kruift mijn geveerte overend.
Ik min het nest van nergens en van nog wat.
Ik gruw voor ’t land van paraplu en tocht-lat.

Kwinkslag? ’t Is blikseminslag. Het vlamt in het riet.
Speel mee: ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.
Ik zie de rook, die niemand wil geloven.
Onweer van schoonheid. Toekomst-glans er boven.
Wedergeboorte, aan wat leeft ontzeid.
Dat fabelvuur, ziedaar mijn zekerheid.

(Bron: De poort van Ishtar/Meulenhoff)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Frederik Schmidt Degener en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s