Aanhef (Stefaan van den Bremt)

I

Vanmorgen hing het
te zingen, veel te hoog
en haast verloren
uit het oog.

In mijn raam hing het
buiten bereik
te zingen van té veel
tegelijk.

Het ging over vroegte,
het ging over voor de
morgens en vensters
en woorden.

Het ging over lente,
het ging over na de
al te voorbarige
aubade.

Het hing er zijn eigen
stilte te spellen,
het wilde zwijgen,
gelijk Gezelle.

2

Was het een aanhef?
Ik sloeg het gade
als lag het al lang
in mijn lade.

Het ging over vroegte,
het ging over of het
nog niet verdroeg te
gaan over iets.

Het wilde gestolen
nachtrust helen
en al wat geen dag
licht kan velen.

Het ging zoals het kwam,
het lag op mijn tong
nog na te zoemen
of het zong

wat bij het kraaien
van de haan
hier nog staat
te ontstaan.

(Bron: Taalgetijden/Manteau)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Stefaan van den Bremt en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s