Stad bij nacht (Lucebert)

maar gij zijt de nacht en als zodanig verheven
boven de schimmige nachtwaker
boven de pijpende zwendel in portieken
boven de blozende slagers in hun abatoir
boven de markten die overal thuis zijn
beurse twistappel rottende vis

zijt gij duister en verheven en afwezig
in wat daklozen werd toegewezen
manden met miniatuur-centimeters uitgemeten
(want wie levensgroot is
dus toch al zo goed als dood is
kan beter wakker blijven om biddende te werken)
dus zo zwart als oppermachtig zijt gij dat
een schaakbord vol zwarte gieren op het witte veld
gij ziet op mij neer, grote nacht, en gij weet

terwijl zij zich met maan en sterren meet
verdrijft de stad de maan
maar oh, hoe zij zich daarbij afmat!

(Lucebert schreef in 1960 een reeks verzen bij stadsfoto’s; het hier gekozene, bij een foto van nachtelijk New York met verlichte wolkenkrabbers, is niet in zijn verzamelbundel terechtgekomen. Bron: Geheime gedichten die niemand kent maar die gezien mogen worden, gekozen door Wim Zaal/De Arbeiderspers.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Lucebert en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s