Utrecht (Gabriël Smit)

Weer Utrecht, ik ben achttien jaar.
Stil loop ik naast een meisje op
het bolwerk. Deinende takken slaan
telkens het wit van de lantaren weg;
dan glanzen in het sidderende donker
haar ogen op, vind ik haar lippen en
fluisteren onze handen het begin
van een verrukkelijke samenspraak.
Slingers van grillig licht springen
over het singelwater; stille,
zwakke wakken waaruit plotseling
een zwanenhals naar voren golft;
gonzen van auto’s aan de overkant,
maar hier beschermde innigheid,
bezegeld door het waaiend aangevlaagde
carillon, in wisselkoor met ademend
bladgeruis. En oude wallen, oude
asgrauwe huizen, met een onverwachte
gloed van leven, overal wakker nu
wijzelf de eerste ogen van ons hart
verbijsterd opslaan. Weerbarstig grind,
dat onze voet behoedzaam treedt;
doorzongen donker, dat wij in verrukking
opendoen. Dit bleef sindsdien de stad
voor mij: een avondlijke stem die
jij en ik bezweert tot wij, slagschaduw
van een verzaligd binnenlicht, afzijdig
duister dat fluistert van een stil
geluk, soms niet aan woorden toe, soms
ver eraan voorbij. Verwonderlijk dringen
binnen een onuitsprekelijk begin
van licht waar dood en leven in elkander
overgaan, want liefde jubelt in alle
grens, geboorte en sterven delen in
haar ondoorgrondelijke schepping, bomen
en huizen, dansend water en grasfluweel
vloeien ineen, een koele meisjesmond.
Glanzende ogen in een golf van duister,
oorsprong van liefde die mij overstroomt
wanneer geen tijd mij meer betoomt
en ik zielsgelukkig ‘Utrecht’ fluister.

(Bron: de Muze en de zeventien provinciën/Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels. Collectieve propaganda van het nederlandse boek. Boekenweek 1962)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Gabriël Smit en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Utrecht (Gabriël Smit)

  1. Beetje ouderwets, maar toch ontroerend. Utrecht bracht mij niet dergelijke, maar andere verrukkingen.

    • Erik Groet zegt:

      Ben tot op heden tweemaal andere in drukvorm uitgebrachte versies tegengekomen van dit gedicht. Beide versies wijken op 3 puntjes af van de hierboven weergegeven inhoud:
      – ZWARTE wakken i.p.v. “zwakke” wakken
      – liefde jubelt OVER alle grens i.p.v. “in” alle grens
      – …meisjesmond, glanzende ogen… (dus: één doorlopende zin) i.p.v. …”meisjesmond. Glanzende ogen”… (dus: einde zin en begin nieuwe zin)
      Het lijkt mij dat die andere twee uitgaven het bij ‘het rechte eind’ hebben?

      • Ingrid zegt:

        Dank voor uw opmerkingen! Ik ga ervan uit dat u de correctie versie van het gedicht heeft en heb dan ook de wijzigingen aangebracht. Fijn te weten dat er aandachtige lezers zijn.

    • Erik Groet zegt:

      Lieve Lieve, Wil graag het omgekeerde beweren. Vind het namelijk buitengewoon ontroerend (maar ben wellicht bevooroordeeld omdat dit mij nou net precies op die leeftijd en aldaar is overkomen (;-) en vandaag-de-dag mogelijk iet of wat ouderwets klinkend (maar beslist niet destijds – pakweg een halve eeuw geleden?).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s