Oxford (W.H. Auden)

Nature is so near: the rooks in the college garden
Like agile babies still speak the language of feeling;
By the tower the river still runs to the sea and will run,
    And the stones in that tower are utterly
    Satisfied still with their weight.

And the minerals and creatures, so deeply in love with their lives
Their sin of accidie excludes all others,
Challenge the nervous students with a careless beauty,
    Setting a single error
    Against their countless faults.

O in these quadrangles where Wisdom honours herself
Does the original stone merely echo that praise
Shallowly, or utter a bland hymn of comfort,
    The founder’s equivocal blessing
    On all who worship Success?

Promising to the sharp sword all the glittering prizes,
The cars, the hotels, the service, the boisterous bed,
Then power to silence outrage with a testament,
    The widow’s tears forgotten,
    The fatherless unheard.

Whispering to chauffeurs and little girls, to tourists and dons,
That Knowledge is conceived in the hot womb of Violence
Who in a late hour of apprehension and exhaustion
    Strains to her weeping breast
    That blue-eyed darling head.

And is that child happy with his box of lucky books
And all the jokes of learning? Birds cannot grieve:
Wisdom is a beautiful bird; but to the wise
    Often, often is it denied
    To be beautiful or good.

Without are the shops, the works, the whole green country
Where a cigarette comforts the guily and a kiss the weak;
There thousands fidget and poke and spend their money:
    Eros Paidagogos
    Weeps on his virginal bed.

Ah, if that thoughtless almost natural world
Would snatch his sorrow to her loving sensual heart!
But he is Eros and must hate what most he loves;
    And she is of Nature; Nature
    Can only love herself.

And over the talkative city like any other
Weep the non-attached angels. Here too the knowledge of death
Is a consuming love: And the natural heart refuses
    The low unflattering voice
    That rests not till it find a hearing.

***************************

Oxford

De natuur dringt binnen: geen universiteitstuin of oude roeken
Spreken nog steeds, als levendige baby’s, de taal der gevoelens,
Een rivier stroomt nog steeds naar de kust en zal blijven stromen,
    Nog steeds is de steen in de torens
    Met zijn gewicht zeer voldaan.

Mineralen en dieren, zozeer verliefd op zichzelf
Dat de zonde der traagheid de andere uitsluit,
Tarten onze nerveuze studenten met een achteloze schoonheid:
    Ze zetten één enkele dwaling
    Af tegen talloze fouten.

Verder weg wat fabrieken, daarna een groen graafschap
Waar sigaretten de slechten, gezangen de zwakken vertroosten,
En waar duizenden druk doen en straatslijpen en hun geld
    besteden:
    Eros Paidagogos
    Weent op zijn maagdelijk bed.

En over de praatzieke stad, zoals andere steden,
Wenen de vrij zwevende engelen. Ook hier is de wetenschap van de
    dood
Een verterende liefde, en het natuurlijk hart weigert
    Een lage, nooit veinzende stem
    Die niet rusten zal eer hij gehoor vindt.

(Vertaling door Benno Barnard, Huub Beurskens en Wiel Kusters. Bron: Nee, Plato, nee/Meulenhoff)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in W.H.Auden en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Oxford (W.H. Auden)

  1. ‘Ook hier is de wetenschap van de dood een verterende liefde’ Wat een zin! Alleen Auden kan zo iets schrijven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s