Stilleven (Ward Hermans)

In de kelder der gevangenis liggen wijnflessen, gereserveerd voor de terdoodveroordeelden, één per man, de nacht vóór de terechtstelling

Ze liggen in een kelderhoek
Met stof bedekt,
In rijtjes op en naast mekaar,
Als ’t waar uiteengerekt.
Ze liggen effen, glad, een rechte lijn,
Die stuk voor stuk wordt gesloopt.
Hier wordt met koele, rode wijn,
Wie sterven gaat – gedoopt.
Ze liggen onbewaakt,
Zien donker-bloedig-rood,
En telkens wordt er een gekraakt
Wanneer, alweer, een Mens gedood !

Onaangeraakt, onaangeroerd,
Wie ze bekijkt wordt plots ontroerd.
Waar leemten zijn
Wordt klare taal gesproken…
Veel meer dan honderd
Werden reeds den hals gebroken.
Een kegelspel van mensen en van flessen.
De Dood als Kegelaar – kwart voor zessen !
Als nauwelijks de zon is opgestaan???
Dan hebben

                          ‘Moordenaars-in-uniform’…

De rest gedaan.

19.2.1950

(Bron: poëzie achter tralies/De Goudvink)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Ward Hermans en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Stilleven (Ward Hermans)

    • Ingrid zegt:

      Het gedicht pakte me, inderdaad, de Dood en wijn. Ik heb getwijfeld om het te plaatsen gezien de reputatie van de dichter, maar heb uiteindelijk toch gekozen om poëzie te laten voorgaan op politiek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s