De slaper (H.C. ten Berge)

In de koude van de winter verkropt,
als blad beweegt zich zijn woord:
groen dwangbuis van beteugelde verlangens,
knop nog, opgerold en ingebakerd,
nerf en vouw verdonkeremaand.

Dwalend door gedroomde steden
waar geen boodschap uithangt en ontvolkte
straten zijn gerangschikt naar het alfabet.
Marmer krimpt, lantarens suizen, beelden
verkleumen in de tuinen en portalen van vergeten huizen.

De slaper hoort zijn voetstap buiten.
Adem wolkt omhoog.
Het raam staat aan, de ruiten bloeien.
Er gaat een huivering door de struiken,
schoenen kraken in de opgevroren straat.

Nog niet ontwaakt neuriet hij tussen de lakens
op een wandeling door de dageraad.
Gipsen beelden, naakt, tot op de draad gesleten,
buigen zich voorover naar het gras. Vorst bijt
in de spleten van een scheefgezakt terras.

Kou klinkt in, ze dringt door de naden
van het hout het tuinhuis binnen.
Het eerste licht komt trager
dan de ijsbloem zich ontvouwt.
Als hij de ogen opent, heeft het woord zich waargemaakt.

(Bron: Een tuin in de winter/Uitgeverij Herik)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in H.C. ten Berge en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s