Wat samen met mij wordt geboren/Lo que nace conmigo (Pablo Neruda)

Ik zing van het gras dat samen met mij wordt geboren
op dit vrije moment, de fermenten bezing ik
van kaas, van azijn, de geheime
bloei van de eerste uitzaai, ik bezing
het lied van de melk die, de uiers uit,
wit valt in wit,
ik bezing de groeisels van de veestal,
de verse mest van de grote koeien
met geur waaruit zwermen
blauwe vleugels opvliegen, ik spreek
zonder overgang van wat nu gaande is
met de hommel en zijn honing, met het korstmos
en zijn geluidloze ontkiemingen:
als ononderbroken tamtams
luidt het komen en gaan en komen,
de overdracht van het leven aan leven
en ik raak geboren, geboren, geboren
met als wat geboren wordt, ik ben één
met het groeien, met het gedempte krioelen
van alles wat om mij heen
zich voortzet in opeengepakte vochten,
in meeldraden, in tijgers, in sappen.

Ik behoor toe aan de vruchtbaarheid
en ik zal groeien waar levens groeien.
Ik ben jong met de jeugd van het water,
ik ben traag met de traagheid van de tijd,
ik ben puur met de puurheid van lucht,
duister met de wijn van de nacht,
en onbeweeglijk blijf ik pas wanneer ik
zo mineraal ben dat ik zie noch hoor
en aan ontstaan en groeien
geen deel meer heb.

Toen ik het woud had uitverkoren
om van te leren hoe ik bestaan moet,
blad na blad,
heb ik nog meer lessen genomen,
en leerde wortel te zijn, diepe poel,
zwijgende aarde, glasheldere nacht
en langzaam meer en meer: het hele woud.

=============================================

Canto a la hierba que nace conmigo
en este instante libre, a los fermentos
del queso, del vinagre, a la secreta
floración del primer semen, canto
al canto de la leche que ahora cae
de blancura en blancura a los pezones,
canto a los crecimientos del establo,
al fresco estiércol de las grandes vacas
de cuyo aroma vuelan muchedumbres
de alas azules, hablo
sin transición de lo que ahora sucede
al abejorro con su miel, al liquen
con sus germinaciones silenciosas:
como un tambor eterno
suenan las sucesiones, el transcurso
de ser a ser, y nazco, nazco, nazco
con lo que se está haciendo, estoy unido
al crecimiento, al sordo alrededor
de cuanto me rodea, pululando,
propagándose en densas humedades,
en estambres, en tigres, en jaleas.

Yo pertenezco a la fecundidad
y creceré mientras crecen las vidas:
soy joven con la juventud del agua,
soy lento con la lentitud del tiempo,
soy puro con la pureza del aire,
oscuro con el vino de la noche
y sólo estaré inmóvil cuando sea
tan mineral que no vea ni escuche,
ni participe en lo que nace y crece.

Cuando escogí la selva
para aprender a ser,
hoja por hoja,
extendí mis lecciones
a aprendí a ser raíz, barro profundo,
tierra callada, noche cristalina,
y poco a poco más, toda la selva.

(Bron: Memorial de Isla Negra. Opgenomen in: Honderd jaar Nobelprijspoëzie/Meulenhoff. Vertaling: Dolf Verspoor)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Pablo Neruda en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s