De schaduw (Anton van Duinkerken)

Ik zit met mijn schaduw, alleen in de kamer
    En allebei heffen wij ’t glas,
Roekeloos ik, en mijn schaduw bezonnen,
    Alsof hij een ander was.

Maakt hem de lichtval een trager gestalte
    Dan schaduwen dienen te zijn,
Of wordt het gezicht van mijn ogen verlangzaamd
    Door deze snel werkende wijn?

Hoe kan ik raden, wat wijsheid mijn schaduw
    Van mij gescheiden bezint,
Welk somberder lied op zijn duistere polsslag
    Wellicht te zingen begint?

Nimmer gekend volgt hij elke beweging:
    Een slaaf — en dien niemand bevrijdt — ,
Dromende tussen de dood en het wezen
    Der levende werkelijkheid.

(Bron: Hart van Brabant/De Spieghel. Opgenomen in: Dichters van deze tijd/P.N. van Kampen & Zoon N.V.)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Anton van Duinkerken en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s