Leipzig – Hauptbahnhof (Hans Tentije)

De leegstaande seinposten onderweg, de ingeslagen
ruiten en de onontcijferbare runentekens

van de nachtelijke graffitispuiters, het heidense
wondkruid, de guldenroede, bloeiend, overal langs de rails –

kafkleurig en hoger dan de bouwkranen nog
rijzen de silo’s op, bij haltes waar geen trein meer stopt

en een stel uitgerangeerde locomotieven en wagons
stil staat weg te roesten, naast sommige hangt wat wasgoed

te drogen en gaan kinderen hinkelend over de bielsen –
afgewogen mooi is de draai vlak voordat de reis

onder een van de koepels van het kopstation eindigt
of straks wordt voorgezet – gietijzeren spanten

buigen zich naar elkaar toe om paarsgewijs
gebinte en glas te dragen en het ongedurige, wisselvallige licht

een vrouw die zo zwoel en vooroorlogs angehaucht
vertrektijden en bestemmingen omroept

dat het lijkt of ze elk rijtuig, elke slaapcoupé graag met je
zou willen delen, omdat alle doorgaande treinen

de stad achterwaarts, via hetzelfde baanvak, weer verlaten –
het heimwee van voorbije jaren tegemoet

(Bron: Deze oogopslag/De Harmonie. Opgenomen in: De 100 beste gedichten van 2004/Stichting VSB Poëzieprijs-Uitgeverij De Arbeiderspers)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hans Tentije en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s