Landschap (Hans Berghuis)

Hij zou zo graag rivier zijn, bronwater
uit de rotsen, smeltijs langs een steen-
pad, vallen van af de bergen Horeb naar
de vlakte, een woestijn bevloeien, slib
achterlaten op onvruchtbaar oeverland,
een monding smaken aan Godsmoeder Zee.

Zeilschepen dragen op de kracht van
de ondergrondse golven, roeiers vragen
zijn waterhuid te rosen, vissers laten
spartelen in zijn kolken, een nijlpaard
balkend in zijn buik. God als heilbot
toestaan te zwemmen in zijn ingewand.

River zijn. Stad in tweeën delen. Pest
en Boeda samenspannen op zijn waterrug,
de brug dulden over de Jordaan, Jericho
tot vrede dwingen. Of een braak van dijken
in de polders, laaglanden in watersnood:
klaverenvrouw vlucht en komt dood terug.

Trager worden. Van snelle vliet tot stroom
in de modder van de delta. Voorgoed gedamd
door otters. Rond mosselmeer nederzetting
voor botterschippers. Waar is de open mond?
Riviergod keert zich om. Water wordt zand.
En in de woestenij waar hij eens ontsprong
verbleekt zijn rolsteen in de droge bedding.

(Bron: Plaatsen van onherbergzaamheid/Querido)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hans Berghuis en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s