De droom (Henriëtte Roland Holst-van der Schalk)

Opnieuw kwamen de dagen grauw omwonden
met grauwe sluiers. Dof zwegen hun ogen
mij aan. Ik voelde mij bedrogen
om de vreugd die de stemmen toch verkondden.

Toen op een nacht nam de droom mij mee
op lichte geruisloze wieken;
in mij en om mij begon muzieken;
het grauwe floers verglee — verglee.

Ik was weer samen in de open sfeer
van Liefde en van Moed met haar profeten;
de kracht van het glanzende weten
bezat mij weer.

’t Was niet der woorden armen zin:
zij gingen alreeds in mij onder;
het was het oude nieuwe wonder
van de bron die opwelt diep binnen-in

en maakt rondom zich sfeer van dingen
klaar als kristal en zacht als verend mos.
Een stem raakte verruklijk los,
bleef heel den dag in mij nazingen.

(Bron: Bloemlezing uit de gedichten van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk, gekozen en ingeleid door dr. G. Stuiveling/W.L. & J. Brusse n.v. Rotterdam 1951)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Henriëtte Roland Holst-van der Schalk en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De droom (Henriëtte Roland Holst-van der Schalk)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s