Peeling an Orange (Virginia Hamilton Adair)

Between you and a bowl of oranges I lie nude
Reading The World’s Illusion through my tears.
You reach across me hungry for global fruit,
Your bare arm hard, furry and warm on my belly.
Your fingers pry the skin of a navel orange
Releasing tiny explosions of spicy oil.
You place peeled disks of gold in a bizarre pattern
On my white body. Rearranging, you bend and bite
The disks to release further their eager scent.
I say “Stop, you’re tickling,” my eyes still on the page.
Aromas of groves arise. Through green leaves
Glow the lofty snows. Through red lips
Your white teeth close on a translucent segment.
Your face over my face eclipses The World’s Illusion.
Pulp and juice pass into my mouth from your mouth.
We laugh against each other’s lips. I hold my book
Behind your head, still reading, still weeping a little.
You say “Read on, I’m just an illusion,” rolling
Over upon me soothingly, gently moving,
Smiling greenly through long lashes. And soon
I say “Don’t stop. Don’t disillusion me.”
Snows melt. The mountain silvers into many a stream.
The oranges are golden worlds in a dark dream.

=============================

EEN SINAASAPPEL SCHILLEND

Tussen jou en een schaal met sinaasappels lig ik naakt
The World’s Illusion te lezen door mijn tranen.
Jij reikt hongerig over mij heen naar ’s werelds fruit,
Je blote arm hard, harig en warm op mijn buik.
Je vingers verkennen de schil van de navel
Kleine explosies van geurende olie bevrijdend.
Jij legt geschilde partjes van goud in een bizar patroon
Op mijn witte lichaam. Herschikkend, buig jij en bijt
De parten om meer van hun gretige geur te bevrijden.
Ik zeg ‘Stop, jij kietelt mij,’ mijn ogen nog steeds op de bladzij.
Aroma’s van wouden stijgen op. Door groene bladeren
Straalt torenhoge sneeuw. Door rode lippen heen
Sluiten jouw witte tanden om een doorschijned segment.
Jouw gezicht over het mijne verduistert The World’s Illusion.
Vlees en sap vloeien in mijn mond uit jouw mond.
We lachen tegen elkaars lippen. Ik houd mijn boek
Achter jouw hoofd, nog lezend, een beetje huilend.
Jij zegt ‘Lees verder, ik ben maar een illusie,’ rollend
Naar mij toe, sussend, zachtjes bewegend,
Groenachtig lachend door lange wimpers. En al vlug
Zeg ik ‘Niet stoppen. Laat het geen desillusie wezen.’
Sneeuw smelt. De berg zilvert in stroom na stroom.
De sinaasappels zijn gouden werelden in een donkere droom.

(Bron: Gedichten/de Prom. Vertaling: Louise van Santen)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Virginia Hamilton Adair en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s