Klaagzang voor Ignacio Sánchez Mejías – fragment (Federico García Lorca)

Steen is een voorhoofd waar dromen uit kreunen
zonder golfslag, zonder versteende cipressen erlangs.
Steen is een schouder om de tijd te schragen
met geboomte van tranen, met linten, planeten.

Ik zag hoe grijze regens naar de golven ijlden
hun prille armen doorzeefd omhooggestrekt
om niet de jacht van steen ten prooi te vallen
die zijn leden ontbindt en niet zijn bloed opneemt.

Want steen vangt kiemend zaad en wolkenslierten,
skeletten leeuwerik, wolven van avondval,
geen klanken geeft hij, geen kristal, geen vuur,
alleen arena’s, eindeloze arena’s, zonder muren.

==========================

La piedra es una frente donde los sueños gimen
sin tener agua curva ni cipreses helados,
La piedra es una espalda para llevar al tiempo
con árboles de lágrimas y cintas y planetas.

Yo he visto lluvias grises hacia las olas
levantando sus tiernos brazos acribillados,
para no ser cazadas por la piedra tendida
que desata sus miembros sin empapar la sangre.

Porque la piedra coge simientes y nublados,
esqueletos de alondras y lobos de penumbra;
pero no da sonidos, ni cristales, ni fuego,
sino plazas y plazas y otras plazas sin muros.

(Bron: Klaagzang voor Ignacio Sánchez Mejías/Meulenhoff. Vertaling: Dolf Verspoor)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Federico Garcia Lorca en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s