Winter te Zwartewaal (Hans van Straten)

Doods ligt het land onder de lage hemel,
besneeuwd en tot den einder dichtgevroren;
slechts boven ’t dorp – tegen de einder verloren –
vertoeven meeuwen in een dun gewemel.

Waar zwarte bomen op het einde wachten
staat een veerhuis, afzijdig en vergeten;
de wind fluit door gebroken deur en reten
herinneringen aan verzworven nachten.

En eenzaam trekt een tram door wintervelden
rietbossen tegemoet; de wind gaat hellen,
verdronk’nen vriezen vast in de rivier.

De dijkrand langs zijn rietpluimen te tellen,
maar geen warm meisjeshart dwaalt meer naar hier;
de Maas, die nimmer grijzer uitzicht stelde.

(Bron: Apollo’s reis door Nederland, een verzameling geografische gedichten/Nijgh & Van Ditmar)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hans van Straten en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s