Raam-liedje (Jac. van Looy)

’t Tuintafeltje glanst,
De regen er danst,
Fonteint, bedriegertjes, kleen,
Dan blinkt er een blaas
En breekt met geraas
Licht, in den hemelvloed heen.

Doch diep in den tuin
Hangt alle loof schuin,
Druilt of pruttelt van neen;
Och, de arme bloemen
Verbeuren hare roeme,
En hoorden nooit van geween –

En wat was een roos,
Niet een bolleboos,
Een rijke, een trotsche, een vlotte;
Nu klont tot een prop
Er iedere knop
En moet in schamelheid rotten.

Maar ’t hardere goed,
Zegt ons menschengemoed,
Het lijdt wel een bui, wat geween:
Laat suijen en zeuren,
Laat reegnen, treuren,
Wat mooi was, gaat mooi ook heen.

(Bron: Spiegel van de moderne Nederlandse poëzie, samengesteld door Hans Warren/Meulenhoff-Kritak. Oorspronkelijk: Gedichten/A.W. Sijthoff’s Uitgeversmaatschappij, 1932)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jac. van Looy, Jacobus van Looy en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s