Categorie archief: Gerrit Kouwenaar

Men moet (Gerrit Kouwenaar)

Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen men moet nog boodschappen doen voor het donker de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder men moet de zonen nog moed inspreken, … Lees verder

Geplaatst in Gerrit Kouwenaar | Tags: , | 2 reacties

Alleen in de tuin (Gerrit Kouwenaar)

Men zit met zijn schimmen in de tuin, licht bladert schemer, er ademen oude nalatige vragen men zwijgt zich tezamen, is sprekend zijn naaste het is later, onhoorbaar als tijd men zou dit ingedikt niets willen stillen ontmaken deze langzame … Lees verder

Geplaatst in Gerrit Kouwenaar | Tags: , | Een reactie plaatsen

Roerloos (Gerrit Kouwenaar)

Terwijl men het vuur opstookt zet de herfst zich vast in het huis, voor twijfel moet men naar buiten, daar is het nog tijd jaren later is dit, een vandaag, dun goud van vergeefsheid, het bladdert, dit gaat over jeugd, … Lees verder

Geplaatst in Gerrit Kouwenaar | Tags: , | Een reactie plaatsen

ik heb nooit (Gerrit Kouwenaar)

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit: het zacht maken van stenen het vuur maken uit water het regen maken uit dorst ondertussen beet de kou mij was de zon een dag vol wespen was het brood zout … Lees verder

Geplaatst in Gerrit Kouwenaar | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een herfst (Gerrit Kouwenaar)

Men is vandaag ontzettend onsterfelijk het is eindelijk de echte heldere herfst die er haast nog niet is de bladeren vergelen, nog betrekkelijk groen de wind is nog blauw, wijst geen enkele richting de grond ligt nog onder het gras … Lees verder

Geplaatst in Gerrit Kouwenaar | Tags: , | Een reactie plaatsen