Categorie archief: Ivo van Strijtem

Appels (Ivo van Strijtem)

mooi zijn: daarin is ze heel sterk. morgen, denkt ze, blijf ik net als nu. dat lukt haar steeds en zo houdt zij het vol. een lente zonder overmatig regenen; en dan maar openbloeien. (appels, schat ik.) sterk zijn: daarin … Lees verder

Geplaatst in Ivo van Strijtem | Tags: , | Een reactie plaatsen

Winter (Ivo van Strijtem)

zij plooit haar wensen langzaam op, netjes gladgestreken, zin na zinnen. een stoel bij het venster, naakte bomen in de grijze leegte. alleen verte voelt ze, van hen tot hier besneeuwd gebied. een hand tussen haar dijen, tranen op haar … Lees verder

Geplaatst in Ivo van Strijtem | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Stenen (Ivo van Strijtem)

Een kiezel brak mijn rug, een strohalm had volstaan, een spiegelbeeld, een zucht. De eerste steen al had mij op de grond gegooid. Een god waarde rond en schreef in het zand in het bloed in mijn ogen. Hij tekende … Lees verder

Geplaatst in Ivo van Strijtem | Tags: , | Een reactie plaatsen