Categorie archief: Jotie T’Hooft

De vermolming (Jotie T’Hooft)

Niettegenstaande de zomer nog met blote rug, en op sandalen huis houdt, duchtig valt het licht al lager en rosser tast het voor onze gelaten gelaten, voorspelt killere avonden met mist. Men beraamt de winter al. De vermolming vermomt zich … Lees verder

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , | Een reactie plaatsen

Post Tenebras Lux (Jotie T’ Hooft)

In de stilte van het gras is het voorjaar geboren, het koren gezaaid en de mogelijkheden weer open. Maar in alle stilte grijpen wij plaats, verjagen met geluid de dichters uit hun huizen en huilen daarna om wat verloren ging. … Lees verder

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , | 1 reactie

Schuldbekentenis (Jotie T’Hooft)

Ja, ik geef het toe, ik beken het openlijk: mijn lichaam was altijd een toren zonder uitkijk. Ik heb hem steen voor steen in folianten gepend ik heb mij geplooid naar de tijd en de trend. De stenen die ik … Lees verder

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

En wat dan? (Jotie T’Hooft)

Op een dag zal ik weg zijn en wat dan? Verdwenen zonder een teken te geven of te nemen en het puin dat ik achterlaat is niet langer lachwekkend. Want wie zoals ik nooit heeft gebouwen laat niets achter dan … Lees verder

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , , , | 2 reacties

Een stille ontmoeting (Jotie T’Hooft)

Even kwam ik je tegen, het was al laat in de avond en ik liep weer in de regen. Je was snel voorbij. Maar het was al genoeg, het maakte me al blij. (bron: Poezebeest/Manteau)

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , | Een reactie plaatsen