Tagarchief: Menno Wigman

Nachtrust (Menno Wigman)

Avond. Twee tuinen verder woedt het voorjaar     en sluipen kapers door het donker. Ergens vechten nagels om een vacht. Gekrijs     om kruimels liefde. Stukgebeten oren. De krolse oorlog van een voorjaarsnacht. Bijna vergeten hoe ik met … Lees verder

Geplaatst in Menno Wigman | Tags: , | Een reactie plaatsen

Du im Voraus (Rainer Maria Rilke)

Du im Voraus verlorne Geliebte, Nimmergekommene, nicht weiß ich, welche Töne dir lieb sind. Nicht mehr versuch ich, dich, wenn das Kommende wogt, zu erkennen. Alle die Großen Bilder in mir, im Fernen erfahrene Landschaft, Städte und Türme und Brücken … Lees verder

Geplaatst in Menno Wigman, Rainer Maria Rilke | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Nu ik (Menno Wigman)

Hoeveel boeken moest ik lezen, hoeveel harten moest ik breken om het licht te zien dat vrolijk en pervers mijn ziel bevrijdt? Ik zag met eigen ogen wat mijn handen deden en hoe ik ook mijn spijt met inkt belaag: … Lees verder

Geplaatst in Menno Wigman | Tags: , | 1 reactie

Laatste dagen van december (Menno Wigman)

We verdoen de dagen in een waas van strijkers en weemoedigheid. Dit is de tijd van valse wensen en bewogen brieven, de laatste van het jaar. Hoe dan de broze maanden bovendrijven, hoe de dagen, voor het eerst weer, tellen. … Lees verder

Geplaatst in Menno Wigman | Tags: , | Een reactie plaatsen

Levensloop (Menno Wigman)

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd. Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam, de schooltas die ik van mijn moeder kreeg, mijn vader die zich in een blazer hees, het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt. … Lees verder

Geplaatst in Menno Wigman | Tags: , , , | Een reactie plaatsen