De zwaluw (Dirk Christiaens)

Op de naald van de middeleeuwen
Schommelt het oog van de tijd
Naar een teken:

Het kind met de kogel
In de rug
Geboren.

Of de bladluis die vreet aan het papier.

De geschiedenis is
Voorbijgegaan
Aan de roos en de zwaluw
Die de regen van zijn vleugels schudt.

(Bron: Noordzuid, Hedendaagse dichters uit Vlaanderen/Poëziecentrum – P.E.N. Vlaanderen)

Geplaatst in Dirk Christiaens | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ver vriend (Petra Muller)

Hierdie delikate brief van jou is iets
wat ek sal lees in die vliet van stap
tussen werk of straat, of voor bo in die bus
waar mense vensterblink deur takke
en verdiepings ry;

want jy het jou te ver verwyder
van ons aanraking. Jy hoort nou tussen
stasies. Hoe dit met jou is, ek weet:
ek lees jou in die stil verbygaan, en die half-oop
venster sny die lowerpuntjies van die javavyeblre
oor jou ryspapiersiel af. Vergetelheid:
die wind het dit nie eens gemerk toe hy
jou angstkreet opraap en dit wegvee
in die wit sand van die strand. Ek ry
met lede handen tuis en dink aan dokumente,
aandkos en ‘n ry eugenias wat ek moet plant.

(Verre vriend//Deze delicate brief is iets/wat ik zal lezen onder het lopen/tussen werk of straat, of voor boven in de bus/waar mensen vensterhelder door de verdiepingen/van takken rijden://want jij hebt je te ver verwijderd/van onze aanraking. Jij hoort nu tussen/stations. Hoe het met je is, weet ik:/ik lees je in het stille voorbijgaan, en het halfopen/venster snijdt de loverpuntjes van de javavijgbladeren/over je rijstpapierenziel af. Vergetelheid:/de wind merkte het niet eens toen hij/je angstkreet opraapte en wegveegde/in het witte zand van het strand. Ik rijd/met lede handen thuis en denk aan documenten, avondeten en een rij eugenia’s die ik moet planten.)

Bron: Liedere van land en see/Tafelberg

Geplaatst in Petra Muller | Tags: , , , | 1 reactie

Herfst (J. Slauerhoff)

Ranken neigen en hun bloesems, welkend,
Siddren terug voor het doodstil meer.
Er drijven tinten, huiveringwekkend
Teer.

Pijnbomen die ten oever reiken
Staren ontzet naar hun zichtbare schim,
Die hangt in ‘t water, niet meer wil wijken
Met een rimpeling naar de kim.

Vijanden deinsden, wij weten niet meer
Aan welke waapnen den moed te wijden.
Het leven moet op ‘t eiland in ‘t meer
Peinzen of zeilend erover glijden.

Zullen wij nimmermeer omhelzen?
Onzer huiden huivrend dons
Vergeten sluimren in zware pelzen,
Winter in ‘t woud, eeuwig herfst in ons?

(Bron: Verzamelde Werken/Nijgh en Van Ditmar)

Geplaatst in J. Slauerhoff | Tags: , | 2 reacties

Ik spring over de lege dagen… (Ward Ruyslinck)

Ik spring over de lege dagen,
over de hoofden van wie mij
vergiftigen met vragen
over gisteren en morgen,
over de veilingmeesters
van mijn liefde, spring ik
naar je toe,
en soms struikel ik,
maar ook dan strek ik mijn armen
verlangend naar je uit
en kruip ik op geschaafde knieën
naar je opvanghuis.

(Bron: Zo weinig en zo veel/Manteau)

Geplaatst in Ward Ruyslinck | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Er tussenin (Joke de Bondt-Rieken/Constant van Bommel)

Joke

























(Bron: Ontmoeting/Uitgeverij AquaZZ. Deze bundel kwam in het najaar van 2014 uit. Het plaatsen van gedichten van Joke op de foto’s van Constant geeft een extra dimensie aan beiden: woorden ontmoeten beelden).

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

nazomer (Lucebert)

ik heb in het gras mijn wapens gelegd
en mijn wapens gaan geuren als gras
ik heb in het gras mijn lichaam gelegd
mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet

dit liggen dit nietige luchtige liggen
als een gele foto liggend in water
glimmend gekruld op de golven
of bij het bos stoffig van lichaam en schaduw

oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan
maak nog niet zwaar hun wangen hun ogen
kleiner gebrilder en grijzer

laat ook de minnaars nog liggen en stilte
zwart tussen hun zilveren oren en ach
laat de meisjes hun veertjes nog schikken en
      glimlachen

(Bron: Van de afgrond en de luchtmens/De Bezige Bij)

Geplaatst in Lucebert | Tags: , | 1 reactie

Lemster Boekhandel (Sipko Melissen)

Amfitheater aan de waterkant.
Schitterend licht op water en kade.
Lemster Boekhandel in kapitalen
boven voor mij aantrekkelijke ruiten.

Schepen varen voorbij: Odysseus
De Vrijheid, Galileo Galilei.
Zondagszeilers gaan smetteloos wit
naar wijder water dan de gracht.

Een oberjongen in hiërarchisch zwart
zet kopjes neer zijn handen trillen
wacht op de stoep tot nader order
gevangen tussen kassa en terras.

Achter de ramen aan de overkant
zou ik willen dat ik kwam te liggen
uitgekleed tot op een woord of wat
verscholen onder titel, naam en kaft.

Koopwaar op de nuchtere maandagmorgen.
Daar mij prijs te geven en wachten
tot je zult binnenkomen, rondkijken
kopen en mij openen, kleine ober.

Ik concentreer mij op de uitstalkast
waar ik de aandacht winnen moet:
Handboek voor Zeilers, pennen, postpapier
ansichtkaarten, Van Harte Beterschap.

(Bron: Gezicht op Sloten/De Arbeiderspers)

Geplaatst in Sipko Melissen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Appelboompje (Hannie Rouweler)

Het jonge appelboompje
achterin de tuin
draagt dit jaar haar eerste vruchten.

Een rode gloed
hangt als een bruidssluier
over het hoofd en de armen
van het nog maar net volgroeide lichaam.

Dit is het geluk
dat pril en vol verwachting mag zijn,
dat teder blijft terwijl de dagen
korter worden achter mijn vensters.

Nog in het avondlicht dit vervagend beeld
van wat aanwezig is en in zichzelf wil vasthouden:
uur, seizoen en zomer. Jong, rood en volledigheid.

(Bron: Een reis langs Rood en Wit/Demer Uitgeverij)

Geplaatst in Hannie Rouweler | Tags: , | 1 reactie