Petite suite voor solostem (Ellen Warmond)

      I

Zonder jou
heb ik nooit muziek gemaakt
zonder jou
heb ik nooit geleefd

je stem is een thema
door mijn oren verzwegen
maar als hartslag
bewoon je me hoorbaar

wanneer je niet bestond
zou je moeten ontstaan
als een zichtbare klankbron
als een zon in de nacht

want je bestrijkt mijn blikveld
van mijn netvlies tot de einder
want ik gedenk je
in al mijn gedachten

wanneer je niet bestond
zou je ontstaan
als een vlam in de zee
als een zelfwerkend vuur

want ik noem je jij
dat betekent:
liefde

      II

Ook waar je me net meer kunt horen
— o trillingsgetal van het bloed —
bezing ik je toonloos maar zuiver
en ik bestuur de penseelstreek
van de wind en schrijf aan de hemel
liefde in een wit teken
ragfijn als het woord mergel.

      III

Om wat waar is
en niet te geloven
wat het lichaam te buiten gaat
de adem te boven
is er leven buiten het leven
zijn er talen buiten de taal

ik schrijf andere woorden
dan die je leest
liefde
staat er
ik schreef:
jij.

(Bron: Persoonsbewijs voor inwoner, een keuze uit de gedichten/Querido)

Geplaatst in Ellen Warmond | Tags: , | 2 reacties

Stefan Zweig (Selma Meerbaum-Eisinger)

Leuchtendes, glühendes, rauschendes Leben
springt an und reißt mit und läßt keinen mehr los,
rüttelt auf und macht wachter mit kraftvollen Stoß,
läßt die Fluten von Glanz nie und nimmer verebben —

packt dich und hält dich und sprudelt dich an.
Sturzflut erfaßt dich und rast mit dir fort —
was kein Wildbach, kein Wirbel, kein Hochwasser kann,
hat dies Atmen vieltausende Mal schon getan,
dieses heiße, verzehrende, glasklare Wort.

Kühl dann und still wie ein nordischer See,
glitzernd und weich wie frisch fallender Schnee,
sieht es uns an wie viel uraltes Gold,
das altrot und schwer durch die Finger rollt
und schön ist wie sonst nur unsagbarer Traum,
der dich ansieht, tiefleuchtend aus dunkelndem Raum —

und bäumt sich dann auf, als besinne es sich,
und packt wieder an und reißt wieder mit,
schreit dich an, lacht dich an, weint dich an: das bin ich!
Und es packt dich einen Sehnen, das süß ist und zieht,
ein Sehnen nach Menschen, ein heißes: “versprich!”
und dann klingt es aus wie ein Nachtigall-Lied.

(Bron: Ich bin in Sehnsucht eingehüllt, Herausgegeven von Jürgen Serke/Hoffmann und Campe)

Geplaatst in Selma Meerbaum-Eisinger | Tags: , | 3 reacties

Aanhef (Stefaan van den Bremt)

I

Vanmorgen hing het
te zingen, veel te hoog
en haast verloren
uit het oog.

In mijn raam hing het
buiten bereik
te zingen van té veel
tegelijk.

Het ging over vroegte,
het ging over voor de
morgens en vensters
en woorden.

Het ging over lente,
het ging over na de
al te voorbarige
aubade.

Het hing er zijn eigen
stilte te spellen,
het wilde zwijgen,
gelijk Gezelle.

2

Was het een aanhef?
Ik sloeg het gade
als lag het al lang
in mijn lade.

Het ging over vroegte,
het ging over of het
nog niet verdroeg te
gaan over iets.

Het wilde gestolen
nachtrust helen
en al wat geen dag
licht kan velen.

Het ging zoals het kwam,
het lag op mijn tong
nog na te zoemen
of het zong

wat bij het kraaien
van de haan
hier nog staat
te ontstaan.

(Bron: Taalgetijden/Manteau)

Geplaatst in Stefaan van den Bremt | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ha ! Seele ! (Hugo Claus)

Omdat ik
geen beeld ben, maak ik een beeld. Meestal
zijn het dieren maar
soms ben jij het beeld.

Zoals de
wakkere hamster in de velden steelt
wat hij in zijn takken vergadert
en verdeelt wanneer het

dodelijk
ijs de wereld heelt, zo in de seizoenen waarin
je greint en speelt vergader
ik je splinters

en tranen,
huid en eelt tot een onkuise, kinderlijke
teelt en in mijn kruiswoord
wordt mijn ellende gekeeld. Omdat
je een beeld
bent, maak ik een beeld.

(Bron: Een geverfde ruiter/De Bezige Bij & Uitgeverij Ontwikkeling)

Geplaatst in Hugo Claus | Tags: , | 3 reacties

Sonny Rollins in Londen (J. Bernlef)

Sonny Rollins in Londen

begon met een blues
die geen blues bleek te zijn
maar zich ontspon tot Melancholy Baby
rookgordijn slechts voor de volgende song
Skylark verbleekt via Polkadots and Moonbeams
als een schaduw verdwijnend in glas
The song is you;
het publiek wordt zichtbaar
                                                applaudiseert.

Een typische truc
niet de midvoor met de bal
maar de keeper
zich krabbend achter het oor
valt mij op
de man bij het scorebord
die zich even vergist en
de thuisclub het doelpunt wil geven
is voor mij van belang;
de uitslag is nieuws
en geen poëzie

De wetten van het mes
zijn niet die van het woord
    verlengstuk van het oog
waardoor het zichtbare
onzichtbaar wordt
d.w.z. u denkt de blues
maar het woord, het lied
bent u zelf.

(Bron: Bermtoerisme/Querido)

Geplaatst in J. Bernlef | Tags: , | Een reactie plaatsen

Strijken IV (Lieve van Impe)

Strijkend zegt zij: dat vergeten
van wat ik gisteren deed en zei,
dit langzaam aan wat minder weten
is het niet al de nacht in mij

die mij mijzelf maar laat herhalen
het leven loopt aan mij voorbij
ligt aan mijn handen te verschralen
voortdurend lijd ik averij.

Misschien betert het wel, zeg ik
en anders, moeder, valt er mee te leven.
Ze knikt berustend en wat machteloos

verwoeder strijkt ze sprakeloos
zonder te beven nu het linnen. Ik raad
ze strijkt de angst daarbinnen.

(Bron: De 100 beste gedichten van 2006, gekozen door Henk van der Waal/De Arbeiderspers)

Geplaatst in Lieve van Impe | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ik zocht nooit echt, ik wou ontdekken (Bert Deben)

Ik zocht nooit echt naar wat ik vond
er was gewoon een leven lang
een soort van vreemde samenhang
van wat moest zijn en reeds bestond

en als ik zocht, was het op plekken
waar leven meer een voelen was
geen wegenmap of geen kompas
ik zocht nooit echt, ik wou ontdekken

het lag, denk ik, al klaar voor mij
ik moest het enkel leren zien
en af en toe wat meer doorgronden

het meeste ging ook weer voorbij
ik zocht het nooit, het heeft misschien
veel eerder altijd mij gevonden.

(Bron: http://bertdeben.blogspot.be)

Geplaatst in Bert Deben | Tags: , , | 1 reactie

Bluebird (Charles Bukowski)

bluebird3

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say, stay in there, I’m not going
to let anybody see
you.

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I pour whiskey on him and inhale
cigarette smoke
and the whores and the bartenders
and the grocery clerks
never know that
he’s
in there.

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too tough for him,
I say,
stay down, do you want to mess
me up?
you want to screw up the
works?
you want to blow my book sales in
Europe?

there’s a bluebird in my heart that
wants to get out
but I’m too clever, I only let him out
at night sometimes
when everybody’s asleep.
I say, I know that you’re there,
so don’t be
sad.
then I put him back,
but he’s singing a little
in there, I haven’t quite let him
die
and we sleep together like
that
with our
secret pact
and it’s nice enough to
make a man
weep, but I don’t
weep, do
you?

(Bron: The Last Night of the Earth Poems/Harper Collins)

Geplaatst in Charles Bukowski | Tags: , | 1 reactie