A Refusal to Mourn the Death, by Fire, of a Child in London (Dylan Thomas)

Never until the mankind making
Bird beast and flower
Fathering and all humbling darkness
Tells with silence the last light breaking
And the still hour
Is come of the sea tumbling in harness

And I must enter again the round
Zion of the water bead
And the synagogue of the ear of corn
Shall I let pray the shadow of a sound
Or sow my salt seed
In the least valley of sackcloth to mourn

The majesty and burning of the child’s death.
I shall not murder
The mankind of her going with a grave truth
Nor blaspheme down the stations of the breath
With any further
Elegy of innocence and youth.

Deep with the first dead lies London’s daughter,
Robed in the long friends,
The grains beyond age, the dark veins of her mother,
Secret by the unmourning water
Of the riding Thames.
After the first death, there is no other.




(Naar aanleiding van het optreden van John Cale in Mesen, 20 december 2014, “Young, Proud, Dead)

Geplaatst in Dylan Thomas | Tags: , | Een reactie plaatsen

De nacht brak. Bandoeng sliep. Een fluit. (Nes Tergast)

De nacht brak. Bandoeng sliep. Een fluit.
De hemel zocht naar zijn glazuren.
de bergen lagen in de rui
Van paars naar blauw, en met de uren
Zagen zij er weer anders uit.
De rode zon, naar Allah’s kuren,
Smolt tot een blank metaal, waaruit
De dag de gladde schubben schuurde
Van sawah’s in het ochtendlicht.
Een glans van oude porceleinen
Betoverde het vergezicht
Nog even.
                  Over fantastische ravijnen
Zwevende cirkelsegmenten, van rug
Naar rug gesponnen als baleinen
Wondren: krijtlijnen aan de lucht,
Waarover klein de treinen schuiven
Met ingehouden razernij.
En watervallen die verstuiven
Tot een witkanten mijmerij
Waarin soms speelse regenbogen
Verrafeld dansen op den wind,
En ‘s nachts de maan met blauwe ogen
Lichtblauwe vlinders slapen vindt.
Een theeplantage hier en daar,
Wat rubbertuinen, een fabriek,
Wat schots en scheve dorpen waar
Halfdomlend en voor drie kwart ziek
De krotten leunen op elkaar.
Dan dalen wij het laagland binnen
Wat doezelig van lijf en zinnen.

(Bron: Het moederland/De Bezige Bij)

Geplaatst in Nes Tergast | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ode aan Gent (Daan de Ligt)

de Graslei zomert, kinderkoppen blinken
er hangt een zweem van wellust in de stad
studenten nemen loom een zonnebad
het carillon laat vreugdeklanken klinken

terrassen stromen vol, bezoekers drinken
met smaak het onvolprezen gerstenat
op gevels heeft de kunstzin vlam gevat
de Leie laat de eeuwen traag bezinken

de rondvaartboten varen af en aan
het stadshart wordt meertalig fier bezongen
la dolce vita, kalm en ongedwongen
genieten krijgt met instemming ruim baan

de spijzen strelen ongeremd de tongen
dat wat bestaat voor immer blijft bestaan





Met een warm dank-je-wel aan Daan voor zijn toestemming!



(Bron: Voldaan/Liverse. De bundel is rechtstreeks te bestellen bij de uitgeverij, via de dichter zelf (facebook) of bij de reguliere verkooppunten. Van harte aanbevolen!)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

December (Victor Vroomkoning)

Zondagmiddag half drie. Zij heeft ineens iets
kouds aan. Het vriest een graad of negentien
te veel voor wat ze mij laat zien. De open
haard moet aan en of ik ‘wat van Beethoven’

wil draaien. Waar zijn mijn dagelijkse handen-
binders? kijk ik om me heen. Naar een video-
verjaardag in de buurt: ‘Hoge hakken, echte liefde’
geeft zij tekst en uitleg van de invitatie.

Ik pook het vuur op als het voor het eerst
gaat sneeuwen. Hand-in-hand gaan wij
staan kijken naar het laken in de tuin.

(Bron: Echo van een echo/Manteau)

Geplaatst in Victor Vroomkoning | Tags: , | Een reactie plaatsen

De poolvulkaan (J. Slauerhoff)

Barre verlatenheid
Duldde ik eeuwen reeds,
In gelatenheid
Trotsch en uitgebrand.

Wolken sneeuwen steeds,
Zwaar en eindeloos;
Wit en eindeloos
Ligt het poolland rond.

‘t Laaiend Noorderlicht
In staalharden nacht
Houdt in mij de hoop
Dat een langre schicht
Mij inééns losscheurt uit mijn krater

En in vlammenvloed
Al het eeuwig ijs
Smelt tot groen, schuimbekkend water,
Waar ik rood en donker uit verrijs.

(Bron: Verzamelde gedichten/Nijgh & Van Ditmar)

Geplaatst in J. Slauerhoff | Tags: , | 1 reactie

The absence of hierarchies (Tom Lanoye)

Naarmate de uren versnellen
als propellers
en de dagen gaten slaan
als hamers,
wordt mijn angst bewoonbaar,

mijn keuze helder.
Laat de zee maar branden
als olie in een vat,
laat alle muren kantelen.
Er is maar één ding

dat ik wil bewaren:
de klaver van jouw keel,
de papaver van je lippen.

En van elke stoot dit beeld:
de honing van je oksel, de
melk uit je schoot, en

de schaduw van kaneel
die mij vangt als
ik jou streel.

(Bron: De meeste gedichten, Prometheus)

Geplaatst in Tom Lanoye | Tags: , | 1 reactie

Da Capo (Ramsey Nasr)

treed binnen allerzwartste
met je gezandstraalde ziel
gerangschikte tranen
treed binnen en brul als een dame

schreeuw onder een houten doek
opnieuw cadenza na cadenza
sterf in een lijf dat niet van jou is
zing tot bloedens toe
                                          ik wacht

beuk open de rode zaal
ik heb haar schoon en stil gemaakt
en smeek je
wees mijn opera
da capo
                                          kus dit lege hart



(Bron: Gevelsteen Opera Gent/Onhandig bloesemend/De Bezige Bij)

Geplaatst in Ramsey Nasr | Tags: , , | 2 reacties

Langzaam (Hans Lodeizen)

winter, jij bent een slechtaard
in de huizen verstop je je
als een kind zie ik je alle scholen
binnen hollen met je lichaam
in een tas o winter jij bent
een slechte meester

een klein beetje vuurwerk daarmee
ben ik tevreden o winter geef mij
wat vrolijkheid knip een stuk
van deze middag af gooi een sprookje
in het water van de nacht
o slechte meester

dag slechte winter, scharenslijper
met geschramde knieën hol je
over de speelplaats als knikkers
uit de wolken van een hemel naar het blauwe
hemd waar het witte krijtje rijdt van
een slechte meester

(Bron: Gedichten/Van Oorschot)

Geplaatst in Hans Lodeizen | Tags: , , | 2 reacties