Bij het kasteel te Rumbeke (Hugo Verriest)

De bomen stonden pal en stil, en dronken loverlavend,
met open lippen in de lucht, ’t verkoelen van den avond.
’t Zijn linden wijdgetakt, die staan in brede halve ronde,
hun groene kleed van brede blaân hing slepende ten
gronde
en strekte tot aan ’t water dat, van d’hete zon nog
smachtend,
daar dromend in de schaduw lag, naar frisse winden
wachtend.
’t Lag stille rustend, maar ontwaakt en monkelend het
streelde
vol liefde in ’t diepe spiegelend hart, de hoge
lindenbeelden.
En de avond duurde. Onmerkbaar rees het zwijgend,
zwijgend donker,
met koeler lucht en zwarte nacht en helder stergeflonker.
De linden schenen bij het oud kasteel getrouw te waken.
In ’t water diep, en boven hoog, zag ik de sterren blaken.

(Bron: Poëtisch Panorama, Bloemlezing uit de dichtkunst van de Zuidelijke Nederlanden 1830-1890/Davidsfonds. Oorspronkelijk: De Vlaamsche Vlagge, jg. 1877)

Advertenties
Geplaatst in Hugo Verriest | Tags: , | 1 reactie

Afstoten. (Hans Warren)




Afstoten. Dit niet, dat niet meer.
De rust, die daardoor ontstaat
en het vermogen
te concentreren op het enige.
Vrienden, bezittingen,
gewoonten, illusies, weg er mee,
ook het leven, mogelijk?
De rust die ontstaat
moet absoluut zijn,
het enige weggevallen.




(Bron: Verzamelde gedichten 1941│1971/Bert Bakker)

Geplaatst in Hans Warren | Tags: , | Een reactie plaatsen

Der September (Erich Kästner)

Das ist ein Abschied mit Standarten
aus Pflaumenblau und Apfelgrün.
Goldlack und Astern flaggt der Garten,
und tausend Königskerzen glühn.

Das ist ein Abschied mit Posaunen,
mit Erntedank und Bauernball.
Kuhglockläutend ziehn die braunen
und bunten Herden in den Stall.

Das ist ein Abschied mit Gerüchen
aus einer fast vergessenen Welt.
Mus und Gelee kocht in den Küchen.
Kartoffelfeuer qualmt im Feld.

Das ist ein Abschied mit Getümmel,
mit Huhn am Spieß und Bier im Krug.
Luftschaukeln möchten in den Himmel.
Doch sind sie wohl nicht fromm genug.

Die Stare gehen auf die Reise.
Altweibersommer weht im Wind.
Das ist ein Abschied laut und leise.
Die Karussells drehn sich im Kreise.
Und was vorüber schien, beginnt.

(Bron: Die 13 Monate/Atrium Verlag. Opgenomen in: September,
Gedichte/Reclam)

Geplaatst in Erich Kästner | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Koekoek (Roland Jooris)

Als een koekoek
zou ik nu en dan
eens willen roepen,
ergens verscholen
in een bosje
aan de rand
van akkerland;

als een koekoek
zou ik elk jaar weer,
met mijn eenzelvig
stukje tekst,
heel vanzelfsprekend
bij de zomer
willen horen,
aanwezig maar
onvindbaar
in mijn landgoed
van taal.

(Bron: Gedichten 1958-78/Lotus. Opgenomen in: Spiegel van de moderne Nederlandse poëzie/Meulenhoff-Kritak)

Geplaatst in Roland Jooris | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stoel (J. Bernlef)

Overal staat zij bij
in een hoek met haar
rug tegen de muur
kaarsrecht en op 4 poten

zelden onderwerp van
gesprek of affectie
(je neemt een stoel
niet op schoot) blijft zij

trouw overeind kiest
geen partij altijd be-
schikbaar ontroerend goed
in al haar houten eenvoud

zelfs in dromen
weigert zij te lopen
staande slaapt zij
met mijn kleren aan

(Bron: Gedichten 1970-1980/Querido)

Geplaatst in J. Bernlef | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het woord (Lieve van Hoestenberghe)

 

Hoe wij elkander vinden
In het zacht omhulsel taal.
Hoe wij draden binden
Van het hakkelend verhaal.
Hoe wij leven zonder vinden.
Hoe wij zoeken met omhaal
Van woorden, op de tenen
Van de taal. Houden wij

Elkander, o elkander
Houden wij elkander
Toch maar even vast.

 

(Bron: Gedichten 87, een keuze uit de tijdschriften/Davidsfonds)

Geplaatst in Lieve van Hoestenberghe | Tags: , | Een reactie plaatsen

Our hands/Onze handen (Kona Macphee)

This evening, as you touch my arm, again I see
the strange alikeness of our hands:
your hand is my hand, swelled into a man’s;
two sketches, on two scales, of one terrain.
And now you take a pencil, tilt the light,
and borrowing my writing paper, lined in feint-rule blue,
you move your hand to find the contours of my face across the white.
If I could only touch your hand
and take your gentle skill in my like hand,
I’d draw my mirror vision of the portraiture
that only love and skill conjoined can make –
but even in this clumsy hand of mine
your face is framed in love across these lines.

============================

Vanavond, wanneer je mijn arm aanraakt, zie ik
opnieuw de vreemde gelijkenis van onze handen:
jouw hand is mijn hand, gezwollen tot die van een man;
twee schetsen, op twee schalen, van een enkel terrein.
En nu pak je een potlood, je kantelt het licht
en op papier dat je van mij leende, met vaag-blauwe
lijntjes, beweeg je je hand om op het hele vel
de contouren van mijn gezicht te vinden.
Als ik je hand kon aanraken en jouw tedere
vaardigheid in de mijne kon nemen, zou ik
een spiegelbeeld maken van het portret
dat alleen liefde en kunst tezamen kunnen maken –
maar zelfs met deze klunzige hand van mij
wordt jouw gezicht in deze regels liefdevol ingelijst.

(Bron: Guardian, Poem of the Week, 5 November 2007. Opgenomen in: Voor je ogen/Amnesty International. Vertaling: Daan Bronkhorst)

Geplaatst in Kona MacPhee | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Vandaag (Koos Schuur)

Vandaag verricht het leven weer
wondren om nooit van te genezen
elke verandering is een vordering
en een blanco cheque
in te vullen met raad en daad
inzicht en uitzicht
elk woord heeft alle betekenissen
in een eindeloze variatie van toon
ik heb een woord gevonden
dat in mijn handen verstijft

vandaag waait de wind uit een heldere hoek
mysterieus en klaar als verte
verwachting verijdelt de woorden
tot een ochtendnevel van alleenspraak
er is een woord dat ademt als een herfstwoud
er is een woord dat ademt als de zee
ik heb een woord gevonden
dat niet meer ademt

vandaag van blauw gefilterd licht
is weer de morgen

(Bron: Gedichten 1940-1960/De Bezige Bij)

Geplaatst in Koos Schuur | Tags: , | Een reactie plaatsen