Selva Oscura (Louis Macneice)

A house can be haunted by those who were never there
If there was where they were missed. Returning to such
Is it worse if you miss the same or another or none?
The haunting anyway is too much.
You have to leave the house to clear the air.

A life can be haunted by what it never was
If that were merely glimpsed. Lost in the maze
That means yourself and never out of the wood
These days, though lost, will be all your days;
Life, if you leave it, must be left for good.

And yet for good can be also where I am,
Stumbling among dark tree-trunks, should I meet
One sudden shaft of light from the hidden sky
Or, finding bluebells bathe my feet,
Know that the world, though more, is also I.

Perhaps suddenly too I strike a clearing and see
Some unknown house – or was it mine? – But now
It welcomes whom I miss in welcoming me;
The door swings open and a hand
Beckons to all the life my days allow.

(Bron: Selected Poems/faber and faber. Oorspronkelijk: Solstices)

Geplaatst in Louis Macneice | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hout des levens (Herman van den Bergh)

Ginds in Bologna zijn tachtig heiligen gehuisvest
op piedestallen, in rijen opwaarts langs
het booggewelf, tot waar de hoofden
elkaar ontmoeten in de kalot
van de koepel

Beelden kunnen welken als zieke bomen,
de hand die de pen voert is ten prooi
aan gallig verval, en een mantel
hoogst kunstig geschulpt
uit eikenhout

valt uiteen. Ja waarlijk groot verlies
is ‘t, niet vijfhonderd jaar geleden
geleefd te hebben, toen in volle fleur
deze figuren alle waren
van één tint.

Nu – een controverse in wit en zwart –
zien de gerestaureerde heiligen neer, de rechter-
hand van een is nieuw van glanzend pitchpine
en de romp van een ander
leprozig

als een mozaiek. Heel aan ‘t einde leest
een oude man een nieuw boek, ‘t kleed
valt van de brede schouders neer
zonder een breuk
noch vlek.

(Bron: Stenen Tijdperk/Em. Querido)

Geplaatst in Herman van den Bergh | Tags: , | Een reactie plaatsen

Niet iets (Stijn Vranken)

Ik weet het zeker, misschien is wat ons
de ene dag niet en de andere plots wel doet bestaan,

misschien is wat ons uit stof opwaait
tot wat we bij voldoende zichtbaarheid elkaar noemen,

misschien is wat licht geen tijd geeft,
tijd geen ruimte en ons geen kans zonder droom,

misschien is alles wat ons een leven lang optilt
boven de put die deze bol is

niet iets om zomaar te geloven.

(Bron: Maak plaats van mij/De Bezige Bij)

Geplaatst in Stijn Vranken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ligstoel 1 (Herman de Coninck)

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar

in mezelf kan liggen, op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig.
Hoe is dit liggen? Zoals je een cognac afmeet door het glas
horizontaal te leggen, zo is dit liggen, ik heb niet veel van mezelf
nodig om vol te zijn, wat ik nodig heb is vooral: weinig.

Er is te weinig weinig. De vergevingsgezindheid
van het niets waar wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.

De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid.
De lucht is zo blauw als blauwsel waarmee destijds
linnen werd gewassen om witter te zijn.

(Bron: Lees maar lang en wees gelukkig/Plint i.s.m. Uitgeverij van Haelewyck. Oorspronkelijk: De Gedichten/De Arbeiderspers)

Geplaatst in Herman de Coninck | Tags: , | 1 reactie

Een symfonie van stilte en rouw (Hendrik Carette)

de derde, opus 36, van Henryk Górecki


                                                                Laat de geschiedenis recht spreken
                                                        en het vonnis van de vervloeking vellen.
                                        Tadeusz Kantor, Het kunstwerk als gevangenis


Een warme sopraan met de wonderlijke naam Dawn Upshaw
zingt aanhoudend langzaam en klaagt de aarde en de hemel aan.

Plots één kille noot uit een Steinway die verlamt als een sidderaal
en een regiment ruiters in ulanenjasjes en met hoge rijlaarzen nadert.

Uit een somber arsenaal rijst het trillende beeld van die Poolse lansiers
die samen met hun stervende paarden neerzijgen in een blinde dolage.

Polen werd dan wel meer dan veertig werst naar het westen verschoven.
Polen verloor ook haar met wit bont omzoomde paletot en haar emballage.


(Bron: Een zeemeermin aan de monding van het Zwin/Poëziecentrum. Noot: De werst is een oude Russische lengtemaat uit tsaristische tijden. Een werst is 1066,78 meter.)


Geplaatst in Hendrik Carette | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

The Melancholy Life of a Woman (Judith Malina )

When first she learns she learns
That she is not a boy,
And sooner or later
It is borne in upon her
That she is a girl.

She is sooner or later taught
That this has excruciating
Advantages and excruciating
Disadvantages and
That she must fight.

She more or less understands
That the greatest of these
Is submission, and sooner or later
She submits more or less.

She uses with patience and prurience
The excrutiating alternatives.
She is afraid and wants
To become a woman and she becomes
A woman and she is afraid
Of being a woman.

She more or less chooses, but more
Often than not, is chosen, by one
Or by several men, who become
Her protectors, destroyers, husbands,
And lovers, who fulfil for better or worse
The degrees of whatever goes on
Between woman and man.

Sometimes her body opens
And lets out the child.
Often her body is wracked
With unavoidable pain.
But more often than not
It is wracked with avoidable pain.

Rarely or often or never or always
A man
Enters her body
For hundreds of motives
Than which hers are all different,
Except love
Which she more or less seeks
And more or less finds.

Then when she has suffered enough,
And bled and not bled,
And birthed or aborted and cried
Or not cried, from bridal’s gown
To widow’s weeds she learns
When she is tired she learns
That she is old.

All of it sooner or later
Over too soon or over
Too late, and she learns
To submit to the life
That an old women more or less lives.
In a world that despises old women
She learns to submit
To a more or less life
That she never deserved,
Or else she dies young.

Judith Malina (June 4, 1926 – April 10, 2015) was a German-born American theater and film actress, writer and director. She co-founded The Living Theatre, a radical political theatre troupe that rose to prominence in New York City and Paris during the 1950s and 60s.

Geplaatst in Judith Malina | Tags: , | 4 reacties

The View (Mark Strand)

For Derek Walcott

This is the place. The chairs are white. The table shines.
The person sitting there stares at the waxen glow.
The wind moves the air around, repeatedly,
As if to clear a space. ‘A space for me,’ he thinks.
He’s always been drawn to the weather of leavetaking,
Arranging itself so that grief – even the most intimate –
Might be read from a distance. A long shelf of cloud
Hangs above the open sea with the sun, the sun
Of no distinction, sinking behind it – a mild version
Of the story that is told just once if true, and always too late.
The waitress brings his drink, which he holds
Against the waning light, but just for a moment.
Its red reflection tints his shirt. Slowly the sky becomes darker,
The wind relents, the view sublimes. The violet sweep of it
Seems, in this effortless nightfall, more than a reason
For being there, for seeing it, seems itself a kind
Of happiness, as if that plain fact were enough and would last.

=====================================

Het uitzicht – Vertaling: H.C. ten Berge

Dit is de plaats. De stoelen zijn wit. De tafel glanst.
De persoon die daar zit staart naar de wassen gloed.
De wind laat de lucht circuleren, steeds weer,
Als om een ruimte te schonen. Een ruimte voor mij, denkt hij.
Hij heeft altijd een hang gehad naar het weer van vaarwel,
Dat zich zo plooit dat verdriet – zelfs het intiemste –
Van veraf gelezen kan worden. Een lange wolkenbank
Hangt boven de open zee terwijl de zon, de zon
Er onopvallend achter wegzinkt – een milde versie
Van het verhaal dat, waar of niet, maar één keer en altijd te laat wordt verteld.
De serveerster brengt zijn glas, dat hij slechts
Een ogenblik tegen het slinkende licht houdt.
De rode weerschijn kleurt zijn hemd. Langzaam donkert de hemel,
De wind verstilt, het uitzicht wordt subliem. Die veeg van violet
Lijkt in deze rustige avondval een reden te meer
Om daar te zijn, om het te zien, lijkt in zichzelf een soort
Van geluk, alsof dat naakte feit kon volstaan en duurzaam zou zijn.

(Bron: Blizzard of One/Alfred A. Knopf. Vertaling door H.C. ten Berge, opgenomen in: Op een mat van gele veren, Poëzievertalingen 1968 – 2003/Athenaeum-Polak & Van Gennep)

Geplaatst in H.C. ten Berge, Mark Strand | Tags: , , , | 1 reactie

Landgraaf (Stefan Hertmans)

Hield ik aan een snelheid
bij een grens, het rijden
in spiralen zou van het
glijden van forenzen in
de tegenwind verhalen;

maar nu, met ruggespraak
en slaapsnelheid voorbij
hun eigen doel gezonken,
blijven gezichten achter glas,
en bouten in de tijd
aan ijzer vastgeklonken.

Want ook in mijn doodeigen
eindstation blijft niemandsland
de windrichting bepalen:

een stoptrein, zwart,
die mij verzon.

(Bron: Dichter bij Landgraaf/Uitgeverij Herik)

Geplaatst in Stefan Hertmans | Tags: , , | 1 reactie