Staketsel (Hedwig Speliers)

Dit is de wiskundige schoonheid
van oud hout rechtgeaard in het water
zo draagt het de dwarsliggers
het zeegat in en wij wandelen —
wij worden weer Jezus en wij wandelen
boven de hoofden der vissen
het zeegat in.

Zie, naast ons spant zich een scharlaken zeil in,
schuim rekt amechtig de kop
tegen de boeg op, tegen de flank,
tekent onuitstaanbare haast chinese tekens
in het kielzog. En wij wandelen.

En zie, onze bewondering
is een vuist die samenbalt
is een hand die opent met daarin :
de wonderlijke vangst van wieren, elastisch
als het verjaarde vel van een vrouw,
van schelpen volkleurig,
van roddelende mossels
en mos, dat van diepte droomt
op de honderden gelijkmatig afgeronde balkons
van donker basalt. Het brons
wordt blauw en boven, vooral boven,
toevallige vissers gelovend
in de wonderbaarlijke visvangst.
Hun ogen vallen door de mazen van het net.
Het net dat net werd opgehaald
met niets, met niets
dan open monden en een geronnen glimlach —

jawel, dit is de wiskundige schoonheid
van oud hout. Tijdeloos van het getij
het heen en terug
het heen en terug
het heen en terug.

(Opgenomen in: Gedichten 1966/Davidsfonds)

Geplaatst in Hedwig Speliers | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ets (Gerrit Achterberg)

De bomen waren tot een staalgravure
gebeten tijdens mijn afwezigheid.
Toen ik terugkwam stonden zij de tijd
tegen te houden en verscherpt te duren,

In droge naald gezet voor de azuren
avond, aftekenend hun takken wijd.
Daaronder lag het huis in veiligheid
en kon ik doorgaan met dezelfde uren

aan u besteed; zij bleven uitgespaard.
Ik had alleen de plaat binnen te treden;
de voordeur achter mij op slot te deon.

De kamers hielden u bijeenvergaard.
Er hing een geur lavendel, onversneden.
Een grijze braam besloeg de ruit als toen.

(Bron: Het weerlicht op de kimmen/Em. Querido’s Uitgeverij)

Geplaatst in Gerrit Achterberg | Tags: , | Een reactie plaatsen

Zomerochtend in Sainte-Croix (Miriam Van hee)

zoals stilte beschreven kan worden
door wind, regen, geklapwiek
en verder weg een vrachtwagen
die op de hellingen klimt
en aarde verplaatst

tijd door lengende dagen
eenvoud door ingewikkeldheid
en liefde door het moment
waarop jij aarzelt in de deuropening
waar plots zo’n nevelig licht
in valt en omkijkt
waar ik gebleven ben

(Bron: Achter de bergen/De Bezige Bij)

Geplaatst in Miriam Van hee | Tags: , | 1 reactie

I want to talk about you (Rogi Wieg)

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

[Amsterdam, 16 mei 2015]

(Bron: Extaze.nl)

Geplaatst in Rogi Wieg | Tags: , , , , | 2 reacties

Morning at the Window (T.S. Eliot)

They are rattling breakfast plates in basement kitchens,
And along the trampled edges of the street
I am aware of the damp souls of housemaids
Sprouting despondently at area gates.

The brown waves of fog toss up to me
Twisted faces from the bottom of the street,
And tear from a passer-by with muddy skirts
An aimless smile that hovers in the air
And vanishes along the level of the roofs.

==================

Ochtend aan het raam (vertaling door Bert Voeten)

Ze rammelen met ontbijtborden in kelderkeukens,
En langs de drabbige kanten van de straat
Zie ik de klamme zielen van werkmeiden
Moedeloos aan hun souterrains ontspruiten.

Op bruine golven gooit de mist grimassen
Naar boven uit de diepte van de straat,
En rukt een vrouw met een beslijkte rok
Een doelloos lachje af dat in de lucht
Weifelt en langs de dakranden verdwijnt.

(Bron: T.S. Eliot, Gedichten/Ambo Tweetalige Editie

Geplaatst in T.S. Eliot | Tags: , , , | 2 reacties

De vermolming (Jotie T’Hooft)

Niettegenstaande de zomer nog met blote rug,
en op sandalen huis houdt, duchtig
valt het licht al lager en rosser tast het
voor onze gelaten gelaten, voorspelt killere avonden
met mist. Men beraamt de winter al.

De vermolming vermomt zich niet langer,
ik ben het zelf die mompelend
steeds weer verga, hoe nutteloos nijdig
ik ook steeds opnieuw de draden doorsnijd
die mij verbinden met dit seizoenend verdriet.

Zelfs ik die de elektriese vrouwenlanden bezocht,
en zeilde over velden van liefdeszeeën
bevecht elk najaar weer de weekheid,
het wurgend bewonen van dood in mij,
het spartelend overschrijden
van steeds weer dezelfde grens.

(Bron: Verzameld werk/De Bezige Bij)

Geplaatst in Jotie T'Hooft | Tags: , | Een reactie plaatsen

Op de markt van lenno (Jos Vandeloo)

Op de markt van lenno
betalen italianen duizend lires
en vreemdelingen tweeduizend
engelsen discussiëren over prijzen
hollanders rekenen alles om
in centen en florijnen
fransen zitten vlijtig achter
mooie vrouwen aan
duitsers fotogravreten ijverig
amerikanen tonen de wereld
hun lelijke benen
alleen de belgen gedragen zich
normaal en onopvallend

ik ben de enige belg in het dorp.

(Bron: Pas op, de dichter lacht. 800 jaar spel, spot en humor in Nederlandse verzen/Valva-Boek)

Geplaatst in Jos Vandeloo | Tags: , | 1 reactie

Verlies (Jozef Deleu)

In Griekenland
verloor hij
zijn sandalen.
Blootsvoets trok hij
door het dal.

De geliefde
verdwaalde. Niets
bleef overeind
onder het geratel
van de tijd.

(Bron: hoe het licht wandelt/Van Halewyck-Meulenhoff)

Geplaatst in Jozef Deleu | Tags: , | 1 reactie