Zeg mij eens stilte (Frank de Crits)

Gisteren werd de stilte aangehouden.
Zij liep zich van geen kwaad bewust
over de grote markt, kuierde in de aan-
palende straten doch voelde zich in die
drukte allesbehalve op haar gemak. Ze
was iets te opzichtig gekleed en ondanks
haar discretie en weifelend voortbewegen
werd ze verraden door twee luidruchtigen
aan de stillen. Die pakten haar met
veel tamtam en misbaar op.
Later in de duistere kamer, met tafel
bureaulamp en twee stoelen legde ze volledige
bekentenissen af: ok, ok ik val mensen lastig!

(Bron: Met Chinese inkt/EPO)

Geplaatst in Frank de Crits | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stervend beeld (Karel Jonckheere)

Wat murmelt gij zoo broos in uw verren droom,
terwijl mijn matte rust de stilte strak wil strijken;
leeft nog een vogelkeel in den vertrouwden boom,
waarheen uw kinderblik herinnerend blijft kijken?

Hoort gij uw moeders stem, het rijzen van haar lied,
een klank uit ‘t oude huis, geritsel van uw spelen;
of schrijnt doorheen uw slaap het nameloos verdriet
van allen, die hun hart in tweeën moeten deelen?

Ik ken het landschap niet, dat uw geheugen verft
met kleuren van een zee, die ruischt in blauwe kloven,
en weet niet of dit beeld nu schreiend in u sterft
met teere scherven woord, die in dit duister dooven.

(Bron: Conchita -de kleine vluchtelinge uit Tarragona-, gedichten/De Nederlandsche Boekhandel 1941)

Geplaatst in Karel Jonckheere | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Het gat in de deur (Youenn Gwernig)

Tja

‘t Was zo simpel

Om ‘n gat te maken in

Het dun hout van je deur

Je kunt niet meer alleen zijn

Niet alleen meer zijn in deze wereld

De tijden van de kluizenaars zijn weg

Je moet al ‘t leed van deze wereld ondergaan

Je kunt nergens nergens meer ontsnappen

De massa vult de enkeling zijn hart

Met haar schreeuwen in een

Wereld waarin de enkeling

Nog nooit zo moeder-

Mens alleen

Was

==================================================================

AN TOULL EN NOR

Ya

Re aes ‘oa

Ober un toull

E koad tano da zor

N’hellez ket bout da-un

Bout da unan er bed-mañ ken

Aet eo da get amzer ar penitioù

Ret eo degemer ar reuz a ren er bed

N’heller ken tec’hout neblec’h

An engroez a leugn an den

Gant e yud hag e youc’h

En ur bed n’eo bet

Morse an den

Gwashoc’h

E-un

(Bron: Bretanje is weer poëzie, een bloemlezing uit de hedendaagse Bretonse lyriek, vertaald door Jan Deloof/1981-1 De bladen voor de poëzie – Orion)

Geplaatst in Youenn Gwernig | Tags: , , , | 1 reactie

IX (Edward B. Koster)

                                        Voor J. Reddingius.

            Ik kan uren
            Zitten turen
Naar het wiss’lend zil’vren spel
            Van de stippen
            Die er glippen
Over ‘t water bij de wel.

            Ik kan uren
            Zitten turen
Naar ‘t krioelen door ‘t mos
            Van de diertjes
            En de miertjes
In het boom-gekroonde bosch.

            Ik kan uren
            Zitten turen
Naar het grillig twijggewoel,
            Dat zich spiegelt
            En zich wiegelt
In een zonnig-eff’ne poel.

            Ik kan uren
            Zitten turen
Naar der wolken hoogen drom,
            Statig zeilend
            Of verwijlend
Aan den hellen hemeldom.

            Ik kan uren
            Zitten turen
Naar de vochte maneschim,
            Mat vergloeiend,
            Zacht vervloeiend,
Dalend, dalend naar de kim.

(Bron: Gedichten, uitgegeven door de maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam -in pdf)

Geplaatst in Edward Koster | Tags: , | Een reactie plaatsen

Spookdorp (Kees Hermis)

De onbewoonde boerderij ligt in
het land verzonken. De kamers
leeg. De muren krom van
uitgestorven leven.

Etmalen rusten op het dak.
Vleermuizen aan de balken.
Wat hier bewoog, is vastgezet
in spalken van de dood.

De deur van een geteerde schuur
hangt scheef als na een beroerte.
Geen enkel raam dat wacht
en met geduld de weg aftuurt.

Over het erf, de oprijlaan
is loodzwaar licht voortvluchtig.
Meer dan vandaag bestaat hier
niet. Beschonken werkelijkheid.

Niet anders dan gewoon is dat
wat huiden heeft, sterft voort.
Alleen de tijd blijft monotoon
stilzwijgend aan het woord.

(Bron: Gedichten 1994/Davidsfonds)

Geplaatst in Kees Hermis | Tags: , | 1 reactie

CAUSERIE VOOR OUDERAVOND (Saul van Messel)


nieuw verleden
scheppen
ouders
uit kinderen
— zeg ik —

oud heden
hangen jullie
over hun
schouders
— denk ik —


(Bron: Mammoeth mijn muze – gedichten van een leraar/Wereldvenster)

Geplaatst in Saul van Messel | Tags: , , , , | 1 reactie

Le Vent (Max Elskamp)

C’est le vent, comme femme,
Dans l’air qui est changeant,
Et parfous haut qui brame
Ou monte en un plan-chant.

Et puis d’autrefois crie
Comme si ciel blessé,
Souffrait des mâts allés
Déchirer sa vie bleue,

C’est le vent comme une âme
De tout qui se délie,
A voix haute qui clame
Sa peine ou son oubli,

Et s’en va par le monde
De soleil ou de pluie,
Sur les mers bleues, ou rondes,
Les voiles se déplient.

Or du sud ou du nord
Soufflant brise et grand-largue,
Dans l’air vif lors qui mord
A l’arrière des barques.

Bien qu’en prenant marins,
En leurs jours de navires,
Pour s’aller, barre aux mains,
Vers les ports qu’ils désirent.

C’est le vent qui conduit
Ainsi qu’un dieu ses chars,
Et de jour et de nuit,
Et parfois au hasard,

Les nefs ainsi qu’oiseaux
Qui ont aussi des ailes,
Mais gardent corps en l’eau
Et volent sous le ciel.

(Bron: Aegri Somnia/Buschmann. Opgenomen in: Prenten en verzen uit België, aangeboden ter gelegenheid van het gouden jubileum 1911-1961 van de n.v. Etablissements Plantin Brussel)

Geplaatst in Max Elskamp | Tags: , | Een reactie plaatsen

Waar we niets van weten/De que nada se sabe (Jorge Luis Borges)

La luna ignora que es tranquila y clara
y ni siquiera sabe que es la luna;
la arena, que es la arena. No habrá una
cosa que sepa que su forma es rara.

Las piezas de marfil son tan ajenas
al abstracto ajedrez como la mano
que las rige. Quizá el destino humano
de breves dichas y de largas penas

es instrumento de otro. Lo ignoramos;
darle nombre de Dios no nos ayuda.
Vanos también son el temor, la duda

y la trunca plegaria que iniciamos.
¿Qué arco habrá arrojado esta saeta
que soy? ¿Qué cumbre puede ser la meta?

=====================

Vertaling: Wouter Noordewier

De maan weet niet dat ze stil en helder is,
heeft van haar maan-zijn zelfs geen weet;
het zand weet niet dat het zand is. Geen ding
beseft het vreemde van zijn vorm.
De ivoren stukken zijn het abstracte
schaakspel even vreemd als de hand
die hen verzet. Misschien is het menselijk lot
van kort geluk en lang verdriet
het instrument van de Ander. Dat weten we niet;
hem God noemen helpt ons niet.
Vergeefs zijn ook de angst, de twijfel
en de gesmoorde smeekbeden die in ons opwellen.
Welke boog heeft de pijl die ik ben
afgeschoten? Welke top kan de roos zijn?

(Bron: Met de dood speel je niet, Zuidamerikaanse gedichten/de Prom)

Geplaatst in Jorge Luis Borges | Tags: , , , | 1 reactie