HERTEN IN HET SLAAPKAMERBEHANG (Frans August Brocatus)

In deze nacht hapert er een droevig licht
aan de grijze gevel, ik hoor het roesten van
jouw naam in de lantaarnpalen zij buigen,
er vluchten herten in het slaapkamerbehang.

Het is een broze schaal waarin jouw ogen
een foto in mijn ziel omkaderen, de nacht
struikelt, cirkels vallen uit de maan, ik haper
aan de lichtstreep tussen de overgordijnen.

Achter mij in uw traag craquelé wacht gij
met uw slanke handen in uw hunkerende schoot,
brede geweien houden mij aan het raam.

Vurig wens ik jouw mond te branden in mijn metaal,
ik neem mijn zwartlederen handschoenen van de
vensterbank, zie jouw ogen met de herten verdwijnen.

(Bron: Je tikt er tegen en het zingt, Gedichten over Gerrit Achterberg/Demer Uitgeverij 2015. Met dank aan Hannie Rouweler)

Geplaatst in F.A. Brocatus | Tags: , , | 1 reactie

ZO’N DAG WAAROVER MEN ZOU KUNNEN ZINGEN (Martin Carrette)

Gent-Wevelgem 2015

Zo’n dag dat de natte westenwind giert
van venijn – dat zong Brel met grote
adem over zo’n land, het land
van de koers

Zo’n dag dat ook grote namen vallen als
woorden in de wind – dat zong Dylan
met scherp snijdende windstem,
die niet zou misstaan in het orkest
van nat ontregelde blazers
dat op zo’n dag dwars
door zo’n land trok

Zo’n dag van grote strijd met vroege
verkenners, vlees voor de grote
kanonnen, huurlingen uit verre
vreemde landen, met namen
die op triomfbogen
horen te staan

Zo’n dag door zo’n land in het zog van Klokke
Roeland, die brand en storm klepte over
Vlaanderen – dat zong Rodenbach
over de stad waarvan de koers
beweert er te beginnen

Zo’n dag waarop, nee, de wind were ni’ zal
zingen dat ulderen dood tot niets hee
geteld – dat zong zo’n zanger
in zo’n land waar zerken
altijd onberoerd in de rij staan

uit welke hoek en hoe hard ook de wind waait.

(Bron: http://penpedaal.weebly.com/)

Martin Carette was stadsdichter van Deinze van 2010 tot 2013. Op gedichtendag 2016 overleed hij thuis na een lang ziekbed. Op 21 februari 2016 zal zijn laatste dichtbundel “Dubbel Spel” verschijnen.

Geplaatst in Martin Carrette | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Op de oorlogsgrens (Albert Verwey)

Duizende lijken, die de landen mesten,
Tienduizenden die ziek en kreupel zijn,
Veelhonderdduizend die in nood en pijn
Hun dakloos dorp of platgebrande vesten
Verlaten, ‘t zij beladen met de resten
Van vroegre welvaart, of – nooddruftige trein –
Met enkel ‘t lijf, rillend van ‘t koortsvenijn
Waar vuil en honger de aadren mee verpesten, –
Millioenen troostloos: vrouwen zonder man,
Kinderen zonder ouders, en de dood
Overal huivrend als een vale vogel, –
Zóó is deze oorlog. Wie ontkomen kan,
Bedreigd, of andren moordend, met de kogel,
Ziet land van bloed, van vuur de hemel rood.

(Bron: Het zwaardjaar/W. Versluys, Amsterdam 1916)

Geplaatst in Albert Verwey | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Vanwege (J. Bernlef)

‘En het geschiedde in die dagen
dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus…’
Je las het ons strak en plechtig voor.

Weg moesten ze uit hun huizen
dagreizen ver om ergens geteld.
Waarom? Vanwege. Dat woord kende ik niet.

Maar wel dat het bevel ook hier
kon gelden, aan deze feestelijke dis
en wij vertrekken moesten, plotseling

Om geteld of erger. Het kind, de kribbe
de wijzen uit het Oosten vielen in het niet.

Ik keek naar buiten. Nergens scheen de ster.
Je stem leek ver, je las de oude woorden.
En ik vreesde met grote vreze. Vanwege.

(Bron: Aambeeld/Querido)

Geplaatst in J. Bernlef | Tags: , | 1 reactie

Weißt du, ich will mich schleichen (Rainer Maria Rilke)

Weißt du, ich will mich schleichen
Leise aus lautem Kreis,
Wenn ich erst die bleichen
Sterne über den Eichen
Blühen weiß.

Wege will ich erkiesen,
Die selten wer betritt
In blassen Abendwiesen —
Und keinen Traum, als diesen:
Du gehst mit.

===========================

Engelse vertaling door Frank Beck:

You know I’d like to slip
from the loudly buzzing room
when the first pale stars,
high above the darkened oaks,
catch fire.

I want to make my way
through paths that few can find
in the hushed evening meadows —
with no dream but this:
you’re there, too.

(Bron: Advent/P. Friesenhahn)

Geplaatst in Rainer Maria Rilke | Tags: , | 1 reactie

Weilanden hebben avond (Herman de Coninck)

‘Weilanden hebben avond,’ zegt Achterberg.
Maar kun je dat wel hebben? Misschien
zoals je een ziekte hebt: avond.
(Iets met de ogen: alles veel te donker zien.)
Maar ook ‘s ochtends is het niet voorbij.
Zie je weer veel te klaar, maar wat je mist.
November. Elke ochtend is een morgue,
elk woord in dit gedicht een kist.

En daarboven, zwart op witte lucht,
fladderen de doodsbrieven, die kraaien
blijken te zijn, zo slordig vliegen ze:
god laat z’n correspondentie maar waaien.

(Bron: De hectaren van het geheugen/Manteau)

Via dit berichtenblog wil ik graag aandacht vragen voor het volgende dat ons en ons gezin persoonlijk treft:

http://www.worldofcrowdfunding.com/nieuwe-behandeling-voor-hersentumor

Geplaatst in Herman de Coninck | Tags: , , , , | 1 reactie

IJstijd (Bart Chabot)

Die avond vertrok een auto
richting snelweg
en de honden blaften niet

het dashbordvak was leeg
op een kaart van west-europa na
een pak tissues
een aangebroken rol pepermunt
er woedde koude
oorlog in mijn hoofd

we reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte

wij naderden
de interzone
niemandsland

het grensgebied

(Bron: Greatest Hits/Nijgh & Van Ditmar)

Geplaatst in Bart Chabot | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een vage hoop misschien (Stijn Vranken)

Als door een droom die zich
van schedelkant heeft vergist
drijf ik mijn lichaam door de mist.

Ik probeer de dingen te tellen
maar dat lukt me niet, het licht
verdampt, de dingen zijn

de dingen niet meer, zelfs de tijd
valt uit elkaar. Alles voelt alsof
niets ons nog wacht.

Wie?

Ik probeer mezelf te tellen, maar
dat lukt me niet, alles is één, ondeelbaar,
een vage hoop misschien

toch nog ergens heen te gaan.

(Bron: Maak plaats van mij/De Bezige Bij)

Geplaatst in Stijn Vranken | Tags: | Een reactie plaatsen